Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.3.2.5:6.3.2.5 Analyse
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.3.2.5
6.3.2.5 Analyse
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943621:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de besproken jurisprudentie volgt dat het uitzendbeding een ontbindende voorwaarde is die onder twee voorwaarden gerechtvaardigd wordt geacht. De werkgever moet een allocatiefunctie verrichten en de duur van het beding moet in tijd beperkt zijn. De aanwezigheid van deze elementen vind ik als rechtvaardiging voor het uitzendbeding echter niet erg overtuigend. Het is nog maar de vraag of het bestaan van het uitzendbeding noodzakelijk is voor de uitoefening van de allocatiefunctie. Bovendien kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de verenigbaarheid van het beding met de Uitzendrichtlijn. De 26-weken-beperking is daarnaast louter theoretisch. Al sinds de invoering van het uitzendbeding, kan deze termijn worden opgerekt en wordt daar in de praktijk, via de uitzend-cao, gebruik van gemaakt. Op het bestaansrecht van het uitzendbeding valt, gezien het voorgaande, af te dingen. Daarom toets ik hieronder of het uitzendbeding vandaag de dag een gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau zijnde intermediair is.