Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/2.3.2:2.3.2 De Commissie Verdam
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/2.3.2
2.3.2 De Commissie Verdam
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS463129:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
22. De veranderingen in ons denken over het vennootschaps- en ondernemingsrecht leiden tot de installering van de beroemde ‘Commissie Verdam’, op 8 april 1960. De Minister van Justitie opent de installatierede als volgt: ‘Wanneer men nagaat, hoe het met het geldend ondernemingsrecht gesteld is, dan kan worden vastgesteld dat de in 1928 aangenomen wetgeving op de naamloze vennootschap in het algemeen bevredigend heeft gewerkt. Dat neemt niet weg dat in de loop der jaren verscheidene stemmen zijn opgegaan om tot andere overweging aan te sporen.’ De minister geeft de commissie in de rede een aantal aandachtspunten mee. Zo acht hij het van grote betekenis dat de jaarstukken een duidelijk beeld geven van de gang van zaken in de NV, vandaar zijn vraag voorstellen tot verbetering te doen. Ook dient de commissie de structuur van de vennootschap (met name het punt van de machtsverdeling) onder de loep te nemen. De commissie dient te onderzoeken of het wenselijk is bij NV’s van een bepaalde grootte verplicht een RvC voor te schrijven en zo ja, welke bevoegdheden deze raad moet hebben. Voorts rijst de vraag, of het wenselijk en mogelijk is de AVA meer te activeren, teneinde deze vergadering meer tot haar recht te doen komen dan thans soms het geval is. Tot slot wordt het van groot belang geacht, aandacht te besteden aan de positie van werknemers. Niet dat dit nog niet is gebeurd – de Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) stamt uit 1950 – maar zij zouden (nog) meer moeten worden betrokken bij onderwerpen die de onderneming raken. Overigens, ook in de installatierede van de minister komt fraai tot uiting in welke fase de samenleving is beland. De minister stelt de commissie als uitgangspunt, dat het economisch leven op ondernemingsgewijze productie berust. Het economisch leven vormt de hoeksteen van onze welvaarts-/verzorgingsstaat en met name grote ondernemingen spelen hierin een zeer belangrijke rol.