Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.3.2
4.3.2 Gebruik inkomensgegevens voor huurverhoging
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285681:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Midden-Nederland (kantonrechter) 2 november 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5968, r.o. 4.10, Rechtbank Den Haag (civiele kamer) 10 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:171, r.o. 4.45 en 4.46. Zie ook: Rechtbank Amsterdam (civiele kamer) 27 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8608 (inzake nietigheid, (wederzijdse) dwaling, onrechtmatig handelen of misbruik van bevoegdheden). Zie voor de schadevergoedingsprocedure: par. 2.3.
Rechtbank Midden-Nederland (kantonrechter) 2 november 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5968, r.o. 4.10 oordeelt dat op grond van art. 7:252a, vijfde lid, BW het ontbreken van de inkomensverklaring alleen consequenties heeft indien de huurder door dat verzuim is benadeeld.
Het feit dat het in een eerder stadium tot tweemaal toe was misgegaan zou nopen tot een meer kritische houding van de verhuurder en daarmee van invloed kunnen zijn op de zorgvuldigheidsnorm en de goede trouw. Dit argument lijkt echter niet te zijn aangedragen in de verschillende beroepsprocedures.
Hoofdstuk 3, par. 6.4.3 over Rechtbank 's-Gravenhage (civiele kamer) 13 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2236.
Brief Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 april 2012, Kamerstukken II 2011/12, 33 129, nr. 49, blz. 1. Vergelijk: brief CBP van 15 mei 2012, z2012-00228, https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/downloads/med/med_20120531_brief-aan-staatssecretaris.pdf (online, geraadpleegd op 14 maart 2019).
ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253, JB 2016/87, r.o. 3.2. Zie uitgebreider: Hoofdstuk 10, par. 2.1.2.
Brief AP van 7 april 2016 (vernietigen verstrekte inkomensgegevens), Z2013-00806, https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/brief_belastingdienst_.pdf (online, geraadpleegd op 14 maart 2019).
ANPR-arresten (Automatic Number Plate Recognition): HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:286, BNB 2017/79, HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:287, V-N 2017/12.20.10 en HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:288, V-N 2017/12.20.16. Vergelijk: ABRvS 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2008, V-N 2017/41.21.7.
Brief Staatssecretaris van Financiën van 28 juni 2017 (vernietiging ANPR-camerabeelden), Kamerstukken II 2016/17, 31 066, nr. 16. De Staatssecretaris van Financiën verwijst naar het verzoek van de AP van 16 maart 2017 (niet gepubliceerd) waarin de Belastingdienst is verzocht de ANPR-camerabeelden alsnog direct en onomkeerbaar uit de bestanden te verwijderen, te vernietigen en de AP hier over te informeren. Zie ook: Belastingdienst 29 augustus 2017, Kentekenplaatgegevens vooralsnog niet meer verzameld en bewaard, https://over-ons.belastingdienst.nl/kentekenplaatgegevens-vooralsnog-niet-meer-verzameld-en-bewaard/ (online, geraadpleegd op 14 maart 2019).
Alsdan zou er geen grondslag zijn voor het verwerken van deze persoonsgegevens en hadden de inkomensgegevens, evenals de ANPR-gegevens door de Belastingdienst, direct moeten worden vernietigd door de verhuurders en niet mogen worden gebruikt ter onderbouwing van de inkomensafhankelijke huurverhoging.
Art. 7:252, derde lid, BW bepaalt dat – indien een voorstel tot inkomensafhankelijke huurverhoging wordt gedaan – een inkomensverklaring wordt bijgevoegd. Met ingang 1 maart 2016 bevat dit artikel ook een expliciete wettelijke verplichting voor de inspecteur om een dergelijke inkomensverklaring te verstrekken. Zie ook: par. 2.3 over de schadevergoedingsprocedures.
Naast de hiervoor genoemde voorbeelden van private partijen als journalisten en belastingconsulenten is door verschillende rechters geoordeeld dat de inkomensgegevens ten behoeve van de inkomensafhankelijke huurverhoging onrechtmatig zijn verstrekt aan de verhuurders.1 Dat wil echter niet zeggen dat door verhuurders onrechtmatig is gehandeld (in strijd met de wet of een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm). Om die reden kunnen de gegevens volgens de rechter rechtmatig worden gebruikt ten behoeve van huurverhogingen.2 Gezien vanuit de te goeder trouw handelende verhuurder lijken deze uitspraken in eerste instantie niet onlogisch.3 Gezien vanuit de positie van degene wiens gegevens het betreft, kunnen echter enkele kritische kanttekeningen worden geplaatst. Verhuurders zijn bijvoorbeeld tot tweemaal toe erop gewezen dat onrechtmatig verstrekte inkomensgegevens moesten worden vernietigd.4 De eerste maal was in 2012 toen – vooruitlopend op de beoogde invoering van de inkomensafhankelijke huurverhoging per 1 juli 2012 – de Staatssecretaris van Financiën aan de Belastingdienst een generieke ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht verleende teneinde (tijdig) inkomensverklaringen te kunnen verstrekken. In Hoofdstuk 3 is al opgemerkt dat deze generieke ontheffing door de voorzieningenrechter is vernietigd.5 Als gevolg van deze uitspraak mochten verhuurders de reeds verstrekte inkomensverklaringen niet gebruiken en dienden de gegevens (op grond van de gebruiksvoorwaarden) te worden vernietigd.6 Na de invoering van de wet oordeelde de ABRvS dat er voor de inspecteur nog steeds geen wettelijke verplichting bestond om inkomensverklaringen te verstrekken.7 Naar aanleiding van die uitspraak heeft de AP aan de Belastingdienst verzocht om verhuurders die onrechtmatig verstrekte inkomensgegevens hebben ontvangen erop te wijzen dat deze gegevens moesten worden vernietigd.8 Verhuurders werden, net als in 2012, wederom gewezen op het verwijderen en vernietigen van de gegevens. Daarnaast kan worden verwezen naar de zogeheten ANPR-arresten waaruit blijkt dat er een toereikende grondslag moet zijn voor een inmenging in het privéleven.9 De Belastingdienst heeft, conform het verzoek van de AP, de ANPR-gegevens dan ook vernietigd.10 De vraag die dan opdoemt, is of de ontoereikende grondslag voor het verstrekken van inkomensgegevens niet op een lijn is te stellen met de ontvangst van diezelfde gegevens door de verhuurders?11 De verhuurders hadden echter – ondanks de onrechtmatige verstrekking door de inspecteur – een wettelijke grondslag voor de rechtmatige verwerking van de inkomensgegevens.12 Deze uitkomst doet, zeker gezien vanuit de positie van degene wiens gegevens het betreft, echter afbreuk aan het belang van de strikte fiscale geheimhoudingsbepaling.