De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.10.1.c:9.10.1.c Subsidiaire aansprakelijkheid van de 403-maatschappij en de verkrijgende rechtspersoon
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.10.1.c
9.10.1.c Subsidiaire aansprakelijkheid van de 403-maatschappij en de verkrijgende rechtspersoon
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250347:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verbrugh 2007, p. 229 en Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/587. Zie ook Kamerstukken II 1996/97, 24702, 6, p. 10 (NnavhV).
Van der Kraan 2012, p. 162.
Zie in vergelijkbare zin § 9.9.1.c met betrekking tot een zuivere splitsing van de 403-maatschappij.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De 403-maatschappij en de verkrijgende rechtspersoon zijn op grond van art. 2:334t BW beide aansprakelijk voor de schulden van de 403-maatschappij ten tijde van de afsplitsing. Als een schuld bij de afsplitsing onder algemene titel is overgegaan op de verkrijgende rechtspersoon, blijft de 403-maatschappij subsidiair aansprakelijk voor de nakoming hiervan. Omgekeerd geldt dat de verkrijgende rechtspersoon subsidiair aansprakelijk is voor de nakoming van een schuld die bij de afsplitsing bij de 403-maatschappij is achtergebleven. Ik merk op dat de aansprakelijkheid ex art. 2:334t BW is beperkt tot de bestaande schulden van de 403-maatschappij op het moment van de afsplitsing, al hoeven deze nog niet opeisbaar te zijn.1 Schulden die na de afsplitsing voortvloeien uit een voor de afsplitsing aangegane rechtsverhouding vallen hier niet onder.
Van der Kraan wijst erop dat de crediteuren die op het moment van de afsplitsing een vordering hebben op de 403-maatschappij, daarna drie mogelijkheden hebben om hun vordering voldaan te krijgen.2,3 Als bijvoorbeeld een schuld van de 403-maatschappij bij de afsplitsing onder algemene titel op de verkrijgende rechtspersoon is overgegaan, kan de crediteur in de eerste plaats deze rechtspersoon aansprakelijk stellen. Daarnaast is de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring hoofdelijke aansprakelijk – de crediteur kan naar vrije keuze de verkrijgende rechtspersoon op wie de schuld is overgegaan en de moedermaatschappij aansprakelijk stellen. Tot slot is de 403-maatschappij krachtens art. 2:334t BW subsidiair aansprakelijk voor de nakoming van de schuld.
Ik ben het met Van der Kraan eens dat de subsidiaire aansprakelijkheid ex art. 2:334t BW met zich brengt dat de crediteur hier als laatste van de drie gronden een beroep op kan doen. In bovenstaand voorbeeld zal de crediteur dus eerst moeten proberen om zijn vordering voldaan te krijgen bij de verkrijgende rechtspersoon en de moedermaatschappij voordat hij de 403-maatschappij op grond van art. 2:334t BW aansprakelijk kan stellen.