Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.3.3.4:5.3.3.4 Verbodsbeschikking
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.3.3.4
5.3.3.4 Verbodsbeschikking
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574045:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EG 28 februari 1991, zaak C-234/89 (Delimitis), Jur. 1991, p. 1-935, r.o. 47.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de beschikking waarin de Commissie de betreffende ondernemingen beveelt een einde te maken aan de toepassing van de verboden overeenkomst was (en is) de nationale rechter evenzeer gebonden aan het oordeel van de Commissie. De rechtszekerheid eist dat de nationale rechter niet meer kon (en kan) besluiten om artikel 81 lid 1 EG niet van toepassing te laten zijn.1Artikel 81 lid 2 EG kon (en kan) de nationale rechter wel toepassen. Er hoeft niet meer te worden gekeken of de overeenkomst krachtens artikel 81 EG verboden is, aangezien de verbodsbeschikking van de Commissie ervoor in de plaats treedt.
Een veroordeling tot schadevergoeding aan derden wier belangen zijn geschaad, kon (en kan) door de nationale rechter worden uitgesproken. Wel moet worden aangetoond dat aan de vereisten voor toekenning van schadevergoeding is voldaan. Zo moeten schade en causaal verband worden aangetoond.