Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/2.5.1:2.5.1 Inleiding
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/2.5.1
2.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS588622:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Gelein Vitringa 1919, p. 31, 32; Telders 1929a, p. 169; Wolfsbergen 1929, p. 474; Wertheim 1930, p. 131.
Telders 1929a, p. 169; Wolfsbergen 1929, p. 474; Smits 1938, p. 491.
Telders 1929a, p. 169; Wolfsbergen 1929, p. 474; Vigelius 1935, p. 839.
Zie over deze leren, met uitzondering van de leer Smits, ook Lankhorst 1992a, p. 49 t/m 74 en over de leer Smits en de leer van Demogue-Besier Den Hollander 2016, p. 90 t/m 98.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
60. Aan het begin van de twintigste eeuw kregen diverse auteurs oog voor de mogelijkheid dat een onrechtmatige daad schade veroorzaakt, terwijl dezelfde schade, onder andere omstandigheden, met eenzelfde gedraging rechtmatig kan worden toegebracht en het toebrengen van die schade dan normaal wordt geacht en maatschappelijk geaccepteerd is.
Ik geef drie voorbeelden uit de literatuur van die tijd. (1) Een fabriek wordt opgericht zonder de op grond van de Hinderwet benodigde vergunning. Zou de benodigde vergunning zijn aangevraagd, dan zou zij zonder problemen zijn verkregen. Geeft het verzuim om een vergunning te vragen degenen die schade ondervinden van de fabriek aanspraak op vergoeding daarvan?1 (2) Een winkelier verkoopt margarine van een bepaald geliefd merk, zonder dat hij tot het voeren van dat merk gerechtigd is. Kunnen andere winkeliers uit de buurt, die andere margarinesoorten verkopen, aanspraak maken op schadevergoeding?2 (3) Een auto wordt bestuurd door een bekwaam bestuurder die niet over een rijbewijs beschikt. Zonder dat de bestuurder verder iets te verwijten valt, ontstaat een aanrijding. Is de bestuurder gehouden de schade te vergoeden?3
In deze gevallen is steeds sprake van een onrechtmatige daad en van causaal verband tussen die daad en de schade. Dat de onrechtmatige daad tot schade leidt is daarbij niet bijzonder of opmerkelijk. Wel lijkt tussen de onrechtmatigheid van de daad en de schade een zeker toevalsverband te bestaan: dezelfde schade had evengoed ook op rechtmatige wijze toegebracht kunnen worden.
De auteurs die over deze problematiek schreven, meenden in het algemeen dat het niet redelijk zou zijn om de schadevergoedingsverplichting zich te laten uitstrekken tot dergelijke schade. Scherp verschil van inzicht bestond echter over wat de meest gelukkige manier was om, binnen de mogelijkheden die art. 1401 (oud) BW bood, tot die uitkomst te geraken. Een viertal theorieën ontstond: de relativiteitsleer, de leer Smits, de leer van de schuld aan de schade en de leer van Demogue-Besier.4 Deze leren bespreek ik in het navolgende.