Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/III.2.2
III.2.2 Statutenwijziging
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242675:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 2-3 en 14 (NV); en Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 15 (MvA).
Voor de volledigheid wijs ik erop dat het besluit tot statutenwijziging de statuten nog niet wijzigt. Daartoe is op grond van art. 2:124/234 lid 1 BW een notariële akte van de statutenwijziging vereist. Ingevolge het tweede lid van art. 2:124/234 BW kan de akte bestaan in een notarieel proces-verbaal van de algemene vergadering waarin de wijziging is aangenomen of van een later verleden notariële akte. Voorts zijn de bestuurders verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Zie art. 2:126/236 BW.
Idem onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/9; Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 43.5, p. 729; Handboek 2013/341, p. 759; en Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017, p. 430.
Zie hierover uitgebreid Hezer & Kemp, WPNR 2019/7222, p. 26-35; en WPNR 2019/7223, p. 48-53.
Onder anderen Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 43.5, p. 729; Handboek 2013/341 p. 760; Hezer & Kemp, WPNR 2019/7223, p. 48; en Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017, nr. 124.
Van Olffen 2009, p. 39, die zijn standpunt herhaalt in Van Olffen, Ondernemingsrecht 2012/89. Zie in deze zin ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/435. Zoals ik in § II.2 al schreef, konden niet-structuurvennootschappen ook al vóór de inwerkingtreding van de wet de bestuurstaken zodanig verdelen dat het bestuur de facto uit uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders bestond.
Het bestuur kwalificeert dan niet als een one tier board, maar als een ‘normaal’ bestuur. Evenzo Dumoulin, Ondernemingsrecht 2012/90.
Zie Reed Elsevier NV AGM voting results 24 April 2013, p. 2.
Zie Reed Elsevier NV Agenda Jaarlijkse Vergadering van Aandeelhouders 2013, p. 7; en Voorstel tot wijziging tekst van de statuten van Reed Elsevier NV zoals deze zullen luiden na het verlijden van de akte houdende statutenwijziging op 8 mei 2013 voor notaris mr. D.J. Smit te Amsterdam, concept van 12 maart 2013. Zie voorts art. 15.1 van de statuten van Reed Elsevier NV d.d. 8 mei 2013.
Kiest de vennootschap voor het monistische bestuursmodel, dan moet op grond van art. 2:129a/239a lid 1 BW in de statuten worden bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer uitvoerende bestuurders en één of meer nietuitvoerende bestuurders. Is dat niet direct bij de oprichting in de statuten van de vennootschap vastgelegd, dan vergt het instellen van het monistische bestuurssysteem een statutenwijziging.1 De algemene vergadering zal in dat geval moeten besluiten de statuten conform art. 2:129a/239a lid 1 BW aan te passen. Zij is daartoe ex art. 2:121/231 lid 1 BW bevoegd.2
Een interessante vraag is of de statutenwijziging waarbij de one tier board wordt ingevoerd afhankelijk kan worden gesteld van een besluit van een ander orgaan. Zoals gezegd, ligt de bevoegdheid tot wijziging van de statuten dwingendrechtelijk bij de algemene vergadering. Zij kan niet aan een ander orgaan worden toegekend.3 Wel kan de bevoegdheid op grond van het tweede lid van art. 2:121/231 BW worden beperkt. Betekent dit dat statutair kan worden bepaald dat de algemene vergadering het besluit tot statutenwijziging ter invoering van het monistische bestuursmodel enkel kan nemen op voorstel van of met voorafgaande goedkeuring van een ander orgaan?
Deze vraag is onderdeel van de bredere discussie over de toelaatbaarheid van statutaire clausules die de mogelijkheid tot statutenwijziging beperken.4 Van Solinge en Nieuwe Weme menen dat statutaire clausules die statutenwijziging enkel mogelijk maken op voorstel van of met voorafgaande goedkeuring van een ander orgaan in strijd zijn met het agenderingsrecht van art. 2:114a/224a BW.5 Gelet op art. 2:121/231 lid 2 BW, ga ik er met het gros van de auteurs van uit dat dergelijke statutaire clausules wél rechtsgeldig zijn.6
Van Olffen merkt terecht op dat vennootschappen die het bestuur reeds vóór de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht hadden ingericht als een one tier board, feitelijk gedwongen zijn de statuten te wijzigen.7 Sinds 1 januari 2013 volstaat een taakverdeling binnen het bestuur niet meer. Zolang de statutaire basis voor het monistische bestuursmodel ontbreekt, geldt de wettelijke regeling van art. 2:129a/239a BW mijns inziens niet.8
Ter illustratie wijs ik nogmaals op de overstap van Reed Elsevier NV naar het one tier-model. Naast een bestuur en een raad van commissarissen kende Reed Elsevier NV een extra orgaan in de vorm van een gecombineerde vergadering van bestuur en raad van commissarissen. Zoals ik in § II.2.4 al schreef, stapte Reed Elsevier NV na de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht over naar het monistische bestuursmodel. De algemene vergadering stemde op 24 april 2013 in met het voorstel van de Gecombineerde Vergadering om de statuten te wijzigen.9 Na de wijziging bepaalden de statuten dat de Raad van Bestuur bestond uit ‘uitvoerende leden’ en ‘niet-uitvoerende leden’.10