De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.3.5.4:3.3.5.4 Verzekeringsplicht en binnen de EU ‘verplaatste’ motorrijtuigen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.3.5.4
3.3.5.4 Verzekeringsplicht en binnen de EU ‘verplaatste’ motorrijtuigen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397200:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2, onderdeel d van de 2e Richtlijn Schade.
Binnen de interne markt die de EU vormt kan niet meer worden gesproken van import en export. Daarom is gekozen voor de term ‘verzenden’. De Engelse term is despatched vehicles, de Franse véhicules expédiés.
Zie het verslag van de bijeenkomst van de Commissie met de lidstaten van 28 september 2006, doc. MARKT/2531/06 van 27 oktober 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel is dat de lidstaat van registratie van een voertuig geldt als de lidstaat waar het risico betreffende dat voertuig is gelegen. Zie art. 13 lid 13 onderdeel b van Richtlijn Solvency II.1 De verplichte verzekeringswetgeving van die lidstaat beheerst dan de verzekeringsplicht. Met de 5e Richtlijn is op deze regel een uitzondering gecreëerd voor motorrijtuigen die vanuit de ene lidstaat naar een andere worden ‘verplaatst’.
Inwoners van lidstaten kopen in de praktijk buiten de gewone kanalen om voertuigen in andere lidstaten, de zogenaamde parallelimport. Het gaat daarbij om voertuigen die reeds zijn geregistreerd in het land van aankoop. Ook deze voertuigen moeten vanzelfsprekend worden verzekerd wanneer de nieuwe eigenaar ermee naar eigen land wil terugkeren. In de praktijk levert dat problemen op: verzekeraars in het land van export zijn niet bijzonder geïnteresseerd in het verzekeren (van voertuigen) van buitenlanders en bovendien nog voor een korte termijn. Verzekeraars in het land van bestemming lopen tegen het probleem aan dat een eventueel door hen afgegeven dekking niet voldoet aan de wettelijke eisen van de lidstaat van registratie, dat wil zeggen de lidstaat van herkomst van het voertuig. De verzekerde zou met zo’n dekking in de problemen kunnen komen als hij in het land van export zou worden aangehouden of bij een ongeval betrokken zou raken. Bovendien kunnen deze verzekeraars, doordat zij doorgaans niet zijn toegelaten in de lidstaat van herkomst van het voertuig en doordat het (in die lidstaat afgegeven) gewone of tijdelijke kenteken niet wordt herkend in de registratiesystemen van de lidstaat van bestemming, hun dekking in geen van beide landen aanmelden. Dat bemoeilijkt het traceren van de verzekeraar in geval van een schade.
Om deze praktijkproblemen op te lossen bepaalt art. 15 van de Richtlijn dat, wanneer een voertuig vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, gedurende een periode van dertig dagen vanaf de aanvaarding van de levering door de koper, de lidstaat van bestemming wordt beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen, zelfs indien het voertuig nog niet officieel in de lidstaat van bestemming is geregistreerd.2 Dat betekent dat het voertuig ook in die lidstaat moet worden verzekerd. De door de eigen verzekeraar van de koper afgegeven polis voldoet dan aan alle wettelijke voorschriften. De gedachte is dat een periode van dertig dagen voldoende moet zijn om de koper in staat te stellen zijn aankoop in eigen land te kentekenen.
De regeling lijkt weinig doordacht en de praktijk loopt dan ook tegen een aantal problemen op.
Onduidelijk is wanneer de periode van dertig dagen aanvangt. Daarvoor is het criterium ‘aanvaarding van de levering door de koper’ te weinig nauwkeurig bepaalbaar. Voorts is een wezenlijk element van de bescherming van de benadeelde bij een ongeval, dat de verzekeraar van het aansprakelijke voertuig snel en gemakkelijk kan worden geïdentificeerd. In dit verband moet gewezen worden op art. 23 lid 3 van de Richtlijn, dat het Informatiecentrum verplicht om de benadeelde desverzocht ‘onverwijld’ de identiteit van de verzekeraar mee te delen. Art. 23 lid 1 sub a onderdeel ii verplicht de Informatiecentra alleen de (nummers van de) verzekeringspolissen te registreren van voertuigen die gewoonlijk zijn gestald op hun grondgebied. De Richtlijn wijzigt wel de lidstaat waar het risico is gelegen, maar niet de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.3 Dat houdt in dat het informatiecentrum van de lidstaat van verzending gegevens zal moeten registreren betreffende een verzekeringspolis afgegeven in de lidstaat van bestemming.
Dat blijkt in de praktijk niet eenvoudig, zeker in landen waar het aantonen van verzekeringsdekking geen voorwaarde voor registratie van het voertuig is.
Voorts is het maar de vraag of het de koper zal lukken om zijn nieuwe bezit binnen dertig dagen in eigen land te laten registreren. Veel zal afhangen van zijn eigen voortvarendheid. Is het voertuig niet binnen dertig dagen in eigen land geregistreerd, dan verplaatst het risico zich weer naar de lidstaat van herkomst, met als gevolg dat de verzekeringsplicht weer in die lidstaat komt te rusten. Zelfs als de door de eigen verzekeraar van de koper gegeven dekking dan nog doorloopt, voldoet zij niet meer aan de eisen van de wetgeving van het land van het risico.
Een belangrijk probleem in het kader van de schaderegeling is dat niet is geregeld welke instantie verantwoordelijk is voor de afhandeling van ongevallen die plaatsvinden in de lidstaat van verzending van het voertuig. Schaden in de lidstaat van bestemming kunnen door de verzekeraar zelf worden afgehandeld. Schadegevallen in een derde land (niet zijnde de lidstaat van verzending of van bestemming) zullen onder de verantwoordelijkheid van het Bureau van het land van het ongeval worden geregeld. In de lidstaat van verzending is echter geen verantwoordelijke partij aan te wijzen. Het Bureau van die lidstaat is, als het ongeval daar plaatsvindt, niet aansprakelijk omdat het voertuig gewoonlijk in de lidstaat van het ongeval is gestald, terwijl de schaderegelaar van de verzekeraar niet kan worden aangesproken omdat de benadeelde in eigen land de benadeelde van een ongeval is geworden.
Deze problematiek kan alleen worden opgelost door de Europese wetgever.