Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/7.3
7.3 Artikel 102 VWEU: misbruik van machtspositie en de bescherming van platformwerkers
Inge Graef & Jasper van den Boom, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Inge Graef & Jasper van den Boom
- JCDI
JCDI:ADS288429:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 14 februari 1978, 27/76, ECLI:EU:C:1978:22 (United Brands), paragraaf 65 en zie ook HvJ EG 13 februari 1979, 85/76, ECLI:EU:C:1979:36 (Hoffmann-La Roche), paragraaf 38.
Mededeling van de Europese Commissie – Richtsnoeren betreffende de handhavingsprioriteiten van de Commissie bij de toepassing van artikel 82 van het EG-Verdrag op onrechtmatig uitsluitingsgedrag door ondernemingen met een machtspositie (‘Mededeling betreffende handhavingsprioriteiten’) PbEG 2009, C-45/7, paragraaf 11.
Bekendmaking van de Commissie inzake de bepaling van de relevante markt voor het gemeenschappelijke mededingingsrecht (‘Bekendmaking relevante markt’) PbEG 1997, C-372/5, paragraaf 2.
De Bekendmaking relevante markt stelt in paragraaf 7: “Een relevante productmarkt omvat alle producten en/of diensten die op grond van hun kenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de consument als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd.”
Mededeling betreffende handhavingsprioriteiten, paragraaf 7.
Het verbod op misbruik van machtspositie is ook relevant bij de vraag wat het mededingingsrecht kan betekenen voor de sociale bescherming van platformwerkers. Belangrijk is dat het misbruikverbod uit art. 102 VWEU alleen van toepassing is op bedrijven met een economische machtspositie. Het Hof van Justitie heeft dit begrip gedefinieerd als een positie die een onderneming ‘in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging in de relevante markt te verhinderen doordat zij sterk genoeg is zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, afnemers en uiteindelijk de consumenten te gedragen’.1 Meer concreet kan volgens de Europese Commissie een onderneming die voor een aanzienlijke periode in staat is de concurrentie te beïnvloeden ten nadele van consumenten (bijvoorbeeld door het verlagen van prijzen om concurrenten van de markt te verdrijven of het verminderen van de kwaliteit van diensten) in de regel beschouwd worden als een onderneming met een machtspositie.2
Veelal wordt het bestaan van een machtspositie bepaald aan de hand van marktaandelen.3 Hiervoor moet eerst vastgesteld worden binnen welke relevante markt mededinging plaatsvindt, met andere woorden: welke producten of diensten met elkaar concurreren. Het perspectief van de consument is hierbij leidend.4 De vraag die opkomt voor het doel van dit hoofdstuk is hoe de relevante markt afgebakend moet worden voor platforms die offline platformarbeid aanbieden, zoals Uber en Deliveroo. Als deze platforms ieder op hun beurt concurreren, met, respectievelijk, traditionele taxibedrijven en restaurants, is het moeilijk aan te tonen dat ze beschikken over een economische machtspositie in hun markt in kwestie.
Ervan uitgaande dat het mogelijk is platforms als Uber te kwalificeren als onderneming met een machtspositie, is de volgende stap in de mededingingsanalyse onder art. 102 VWEU te bepalen of de betreffende onderneming haar machtspositie heeft misbruikt. Het mededingingsrecht maakt hierbij een onderscheid tussen uitsluitings- en uitbuitingsmisbruik.5 Uitbuitingsmisbruik benadeelt consumenten rechtstreeks door praktijken, bijvoorbeeld door het vragen van excessieve prijzen of het opleggen van oneerlijke (contractuele) voorwaarden aan consumenten. Uitsluitingsmisbruik bestaat uit gedrag waarbij de onderneming met machtspositie concurrenten verdrijft van de markt door bijvoorbeeld het weigeren van toegang tot een essentiële infrastructuur of het opleggen van exclusiviteit aan handelspartners. Door uitsluitingsmisbruik worden consumenten ook geschaad op een indirecte wijze, doordat concurrenten van de markt worden gedreven en er minder concurrentie is op basis van onder andere prijs, kwaliteit en innovatie. Hierna gaan we in op een aantal vormen van uitsluitings- en uitbuitingsmisbruik die relevant zijn bij de vraag in hoeverre art. 102 VWEU de sociale bescherming van platformwerkers kan bevorderen.
7.3.1 Uitsluitingsmisbruik7.3.2 Discriminatie tussen platformwerkers onderling7.3.3 Uitbuitingsmisbruik: excessieve prijzen en oneerlijke voorwaarden7.3.4 Afhankelijkheid van platformwerkers en de Platform-to-Business-Verordening