Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/66.3.4
66.3.4 Versnelling door finaliteit ingeval van vernietiging
mr. dr. A.M.L. Jansen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. A.M.L. Jansen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wetsvoorstel Aanpassing bestuursprocesrecht, Nota van Wijziging (toelichting), Kamerstukken II 2010/11, 32450, 8H, p. 59.
Er is inmiddels in de rechtspraak een behoorlijk aantal voor de toepassing relevante criteria van beide in het derde lid van art. 8:72 Awb neergelegde bevoegdheden ontwikkeld. Ik verwijs kortheidshalve naar ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012: BV9463, AB 2012/233 en ABRvS 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3054, AB 2017/149 en de annotaties van Ortlep daarbij. In de uitspraken wordt de laatste jaren nogal eens volstaan met een resumé en overweegt de rechter dat hij alleen kan overgaan tot het zelf in de zaak voorzien indien hij de overtuiging heeft dat de uitkomst van het geschil geen andere zou zijn als het bestuursorgaan opnieuw in de zaak zou voorzien en de toets aan het recht kan doorstaan.
Dat kan de in de Awb neergelegde bestuurlijke lus zijn, maar ook de al langer bestaande informele lus.
Kamerstukken II 2010/11, 32450, 8, p. 59 waar de regering opmerkt dat de bestuursrechter zo finaal mogelijk moet beslissen, niet meer moet ingrijpen in de bestuursbevoegdheid dan nodig is en snellere geschilbeslechting voorrang moet geven boven tragere. Vgl. ook art. 8:41a Awb en o.a. Kamerstukken II 2009/10, 29279, 3, p. 13.
De ‘finaliseringsinstrumenten’ kennen als bekend een ranglijst. Die lijst geeft de volgorde van rechterlijke instrumenten c.q. uitspraakbevoegdheden die de bestuursrechter moet nalopen teneinde bij (dreigende) vernietiging tot finale geschilbeslechting te komen.1 Bovenaan de lijst treffen we artikel 6:22 Awb aan. Zijn echter gegrondverklaring en vernietiging aangewezen, dan valt toepassing van artikel 6:22 Awb af en dient de rechter in de eerste plaats te onderzoeken of de rechtsgevolgen in stand kunnen worden gelaten. Acht hij dat niet mogelijk, dan kan hij nagaan of hij zelf in de zaak kan voorzien.2 Lukt ook dat niet, dan komt de bestuurlijke lus voor toepassing in aanmerking.3 Lager in de hiërarchie van rechterlijke sturingsmiddelen vinden we het huidige vierde lid van artikel 8:72 Awb: de bestuursrechter kan het bestuursorgaan de opdracht geven tot het nemen van een nieuw besluit (of het verrichten van een andere handeling) met inachtneming van de door de rechter gegeven aanwijzingen. Finaliteit staat sinds een aantal jaren hoog op de agenda en kale vernietigingen zouden, zeker als het aan de wetgever ligt, minder dan vroeger moeten worden uitgesproken.4 Door deze tendens van finale geschilbeslechting is de rechterlijke uitspraak vaker het werkelijke sluitstuk van de procedure. Dat draagt bij aan de versnelling waarover ik het in deze bijdrage heb: overkoepelende versnelling.