Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/2.9.2
2.9.2 De vaststelling
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS452850:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dat de algemene beschouwingen geen verplichting zijn, blijkt al uit het feit dat hiervan in 2012 werd afgezien (Geen Algemene Beschouwingen, NOS, 20 september 2012, https://nos.nl/artikel/420870-geen-algemene-beschouwingen.html). Er hadden toen net Tweede Kamerverkiezingen plaatsgevonden en de kabinetsformatie was zojuist begonnen, waardoor de begrotingsplannen wellicht nog zouden wijzigen. Ook in 2017 werd afgezien van het houden van algemene beschouwingen (Dit jaar geen Algemene Beschouwingen in Kamer, NOS, 5 september 2017, https://nos.nl/artikel/2191509-dit-jaar-geenalgemene-beschouwingen-in-kamer.html).
Artikel 90 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (hierna: RvOTK) en artikel 41 van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer (hierna: RvOEK). Zie over deze commissiebehandelingen: Hagelstein 1991, p. 173-177 (over begrotingsbehandelingen door commissies in de Tweede Kamer), 376-377 (over begrotingsbehandelingen door commissies in de Eerste Kamer). In de Tweede Kamer behandelen veel commissies begrotingen sinds kort via de zogenoemde methode-Duisenberg, naar VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg. Hij stelde voor om begrotingen op meer gestructureerde wijze te behandelen. Zie hierover bijvoorbeeld: ‘Overheidsfinanciën voor dummies: het succes van “de methode Duisenberg”’, FD, 14 augustus 2016, https://fd.nl/economiepolitiek/1160974/overheidsfinancien-voor-dummies-het-succes-van-de-methode-duisenber.
Artikel 16 RvOTK en artikel 34 RvOEK.
Artikel 21a RvOTK. Deze bepaling is inmiddels vervallen.
Artikel 16a RvOTK.
Artikel 39 RvOTK; Kamerstukken II 2014/15, 31865, 67, p. 6-7.
Artikel 39a RvOTK.
Artikel 44 RvOEK.
Artikel 45 RvOEK.
Artikel 58 RvOEK.
Zie bijvoorbeeld: Kamerstukken I 2015/16, 34300-I, A; Kamerstukken I 2015/16, 34300-IIA, A; Kamerstukken I 2015/16, 34300-IIB, A.
Artikel 64 RvOTK en artikel 99 en 100 RvOEK.
Na de aanbieding van de begrotingsvoorstellen aan de Tweede Kamer begint de parlementaire behandeling ervan. Deze behandeling bestaat in beide Kamers uit de algemene beschouwingen en de behandeling van de begrotingsvoorstellen zelf.1
De algemene beschouwingen vallen uiteen in de algemene politieke beschouwingen en de algemene financiële beschouwingen. Bij de algemene politieke beschouwingen debatteren Tweede en Eerste Kamer met de minister-president als vertegenwoordiger van de regering over het algemeen regeringsbeleid, zoals uiteengezet in de Miljoenennota. Tijdens de algemene financiële beschouwingen voert de minister van Financiën het woord namens de regering en ligt de nadruk meer op de financieel-economische aspecten van het beleid.
Na de algemene beschouwingen volgt de behandeling van de begrotingsvoorstellen door de Tweede en Eerste Kamer. In beide Kamers kan een voorstel eerst door een commissie behandeld worden ter voorbereiding op de plenaire vergadering.2 Voor ieder ministerie is er een vaste commissie, met uitzondering van een commissie voor het ministerie van Algemene Za- ken in de Tweede Kamer.3 De Tweede Kamer kende tevens een commissie voor de Rijksuitgaven, die onder meer belast was met het onderzoek naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van overheidsuitgaven en met de ondersteuning van de Tweede Kamer en de commissies bij de uitoefening van het budgetrecht.4 Deze commissie is inmiddels samengevoegd met de commissie voor Financiën.5 De voorbereiding door een Tweede Kamercommissie leidt vaak tot een lijst met vragen aan de betrokken minister.6 Daarnaast worden er veel zogeheten wetgevingsoverleggen georganiseerd over begrotingen, waarbij rapporteurs kunnen worden aangewezen en moties kunnen worden ingediend.7 Ook zijn begrotingsoverleggen mogelijk.8 In de Eerste Kamer wordt bij een behandeling in commissies een inbrengvergadering uitgeschreven.9 Hierin brengen de leden van de commissie de opmerkingen naar voren die zij in het verslag opgenomen willen zien.10 Vervolgens brengt de commissie een verslag uit, waarna de plenaire behandeling kan beginnen.11 Overigens kan het verslag ook enkel concluderen dat er geen aanleiding is tot het maken van opmerkingen. Bij de begrotingsbehandeling in 2015 gold dat voor vrijwel alle begrotingen.12
Na de voorbereiding door de commissies vindt de plenaire behandeling in twee termijnen plaats, waarna wordt gestemd over eventuele moties, amendementen (in het geval van de Tweede Kamer) en het begrotingsvoorstel. Bij de plenaire behandeling geldt een spreektijdbeperking.13 In het volgende hoofdstuk ga ik nader in op de bevoegdheden van de Staten-Generaal in het kader van het budgetrecht en in het bijzonder op de rol van de Eerste Kamer daarbij.