Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/4.5.2:4.5.2 Reikwijdte art. 157 Fw
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/4.5.2
4.5.2 Reikwijdte art. 157 Fw
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443637:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat in zijn algemeenheid wordt aangenomen dat een akkoord een overeenkomst is, levert een belangrijke bijdrage aan het antwoord op de vraag waaraan schuldeisers die tegen een akkoord hebben gestemd en schuldeisers die niet in het faillissement zijn opgekomen, ingevolge art. 157 Fw worden gebonden. Het moge duidelijk zijn dat schuldeisers die hebben ingestemd, gebonden raken aan alle bepalingen van een akkoord juist vanwege deze instemming. Die gebondenheid volgt dan uit art. 6:217 BW. Voor tegenstemmers en afwezigen is de gebondenheid aan het akkoord een andere. Deze schuldeisers raken niet gebonden aan een akkoord vanwege hun instemming, maar op grond van het feit dat art. 157 Fw dit dwingend voorschrijft. Hun gebondenheid aan een gehomologeerd akkoord is derhalve van een andere orde dan die van de groep instemmende schuldeisers. Het onthouden dan wel het ontbreken van instemming aan een akkoord heeft een aantal consequenties voor de gebondenheid van deze schuldeisers aan een gehomologeerd akkoord. Het betekent dat hun gebondenheid slechts betrekking kan hebben op aanspraken die de schuldeisers hebben jegens de schuldenaar en diens boedel.1 Bij een faillissement gaat het om het vermogen van de schuldenaar dat strekt tot verhaal door de concurrente schuldeisers. In een akkoord kunnen in beginsel slechts bepalingen worden opgenomen die betrekking hebben op de boedel van de schuldenaar, waarbij sanering van de financiële positie van de schuldenaar steeds het uitgangspunt behoort te zijn. Indien in een akkoord bedingen worden opgenomen die geen betrekking hebben op rechten van schuldeisers jegens de schuldenaar, kunnen tegenstemmers en afwezigen hieraan niet gebonden raken. Schuldeisers worden op grond van het akkoord immers slechts beknot in hun aanspraken jegens hun schuldenaar. De gedwongen gebondenheid voortvloeiend uit art. 157 Fw kan derhalve slechts zien op dit laatste: op grond van art. 157 Fw zijn alle schuldeisers gebonden aan het akkoord voor zover het hun aanspraken jegens de schuldenaar betreft. Voor verdergaande beperkingen van rechten van schuldeisers in het akkoord is art. 157 Fw niet geschreven. Anders gezegd: worden in een akkoord andersoortige bepalingen opgenomen niet betreffende de aanspraken van schuldeisers jegens de schuldenaar, dan kunnen deze bepalingen slechts een beperkte werkingssfeer hebben.2 Alleen instemmende schuldeisers kunnen aan dergelijke bedingen gebonden raken op grond van art. 6:217 BW.