Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/5.3.3.2
5.3.3.2 Rechtseconomische kritiek op de theorie van de efficiënte tekortkoming
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS373938:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.3.3.4.
Shavell 2006, p. 831-876. Zie ook Shavell 2004, p. 338-360. Shavell komt tot een andere conclusie bij overeenkomsten die strekken tot de productie van een goed, omdat volgens Shavell een recht op nakoming van de opdrachtgever jegens de producent kan leiden tot het inefficiënte gevolg dat de productiekosten die met de realisering van dat goed zijn gemoeid de waarde overtreffen die de schuldeiser aan de prestatie hecht, zie Shavell 2004, p. 345-348 en 379.
Shavell 2004, p. 377; Ulen 2002, p. 482; en Shavell 2005, p. 451. Hetgeen volgens Eisenberg regelmatig het geval zal zijn, zie Eisenberg 2005, p. 989-997. Zie Narasimhan 1987, p. 65-66 voor een opsomming van argumenten waarom de beperkingen van de Amerikaanse schadebegrotingsregels aan een compenserende veroordeling tot schadevergoeding in de weg staan.
Shavell 2006, p. 851-853. Strategisch gedrag van de eerste koper met een recht op nakoming achter de hand zal volgens Ulen echter wel de verdeling van het surplus beïnvloeden — wie heeft het meeste voordeel van de extra waarde die de tweede koper inbrengt, de eerste koper of de verkoper? — maar heeft geen invloed op de efficiëntie van de transacties, zolang de zaak maar tegen de laagste kosten terechtkomt bij de partij die er de hoogste waarde aan hecht, zie Ulen 1984, p. 383.
Shavell 2004, p. 378.
Shavell 2004, p. 314.
Eisenberg 2005, p. 1008-1009.
Eisenberg 2005, p. 1010. In dezelfde zin Posner 2003, p. 836, vtnt. 14: 'The simplest defense of specific performance is that if parties are rational, they will design an optimal contract, and courts should enforce their terms rather than give the parties an option (expectation damages) when they did not bargain for it.'
U.C.C. § 2-609 cmt. 1(2004).
Eisenberg 2005, p. 1006-1010.
Friedmann 1989, p. 4-8. In dezelfde lijn Macneil 1982, p. 963-965; en Barnett 1986, p. 294-295. Kritisch over de vergelijking van schending van een contract als schending van een eigendomsrecht is Weinrib 2003, p. 8085.
Friedmann 1989, p. 8.
Laycock 1991, p. 248.
Friedmann onderkent dat ook met het inroepen van een recht op nakoming transactiekosten zijn gemoeid. Hij is echter van mening dat de totale transactiekosten lager zullen zijn in een systeem waar nakoming de primaire remedie is, omdat schuldenaren dan minder snel tot contractbreuk zullen overgaan omdat zij daarvan geen voordeel zullen hebben, zie Friedmann 1989, p. 7.
Friedmann 1989, p. 6-7, zo ook Eisenberg 2005, p. 1005-1006. Volgens Friedmann kan er nog een derde transactie zijn in het geval van een opportunistische tekortkoming. De koper kan jegens de derde een actie wegens onrechtmatige daad instellen indien de derde op de hoogte was van de overeenkomst tussen de koper en de verkoper en hij de verkoper heeft verleid tot het sluiten van een overeenkomst. Over de verhouding tussen de eerste koper en tweede koper, zie HR 23 december 2005, NJ 2006, 33, waarin de HR eerdere jurisprudentie bevestigt dat het feit dat de tweede koper weet dat de verkoper reeds met de eerste koper heeft gecontracteerd, er niet noodzakelijkerwijs toe leidt dat de tweede koper onrechtmatig handelt jegens de eerste koper, maar dat dit afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Zie ook HR 28 oktober 2005, NJ 2006, 558 (het sluiten van een contract met de tweede koper kan ook een onrechtmatige daad opleveren als er nog geen definitieve koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen de verkoper en de potentiële eerste koper). Vgl. ook Barendrecht 1992, p. 99-105.
Friedmann 1989, p. 13. Brooks is van mening dat als de schadevergoeding wordt vastgesteld op de hoogte van de nakomingskosten, de koper de vrije keuze zou moeten hebben welke remedie hij wil inroepen. Door het schadevergoedingsbedrag gelijk te stellen aan de nakomingskosten zal de keuze van de koper voor nakoming of schadevergoeding volgens Brooks niet meer of minder efficiënt zijn dan toepassing van de theorie van de efficiënte tekortkoming, maar is zij wel rechtvaardiger, zie Brooks 2006, p. 583-586 en p. 591-595.
Zie par. 5.3.2.
Schwartz 1979, p. 286.
Zie Schwartz 1979, p. 287-291; en Bishop 1985, p. 316. Zie ook par. 9.3.5.3.
Schwartz 1979, p. 291-292. Volgens Ulen zullen de gerechtelijke kosten van nakoming minder hoog zijn dan van schadevergoeding, omdat de rechter bij nakoming kan volstaan met de vaststelling dat de verkoper is tekortgeschoten, terwijl de rechter bij schadevergoeding daarnaast ook de schade moet begroten, zie Ulen 1984, p. 365; en Cooter & Ulen 2008, p. 268-269.
Schwartz 1979, p. 294. Het is volgens Macneil aannemelijk dat de onderhandelingskosten over schadevergoeding na een contractbreuk doorgaans hoog zijn, omdat de verslechtering van de onderlinge relatie de gang naar de rechter in de hand werkt, zie Macneil 1982, p. 968-969.
Barnett 1992b, p. 890. Volgens Atiyah daarentegen vormt het recht een weerspiegeling van de maatschappelijke opvattingen. Uit de nadruk op schadevergoeding en de beperkte rol voor nakoming in het Engelse recht leidt Atiyah af dat de Engelsen schadevergoeding een goede remedie vinden voor contractbreuk, zie Atiyah 1981, p. 138-142.
Zo ook Ayres & Klass 2004, p. 513-514.
Barnett 1992b, p. 891.
Uien 1984, p. 365, zo ook Kronman 1978, p. 353 noot 12. Anders Muris 1982, p. 1061, die meent dat de markt-oriëntatieprikkel die van een recht op nakoming uitgaat weinig voorstelt. In de eerste plaats omdat het marktonderzoek zich zal beperken tot de hoogte van de meerkosten van nakoming in vergelijking met schadevergoeding. En in de tweede plaats, omdat een zorgvuldig marktonderzoek niet vermijdt dat een derde een hoger bod uitbrengt als gevolg van later optredende omstandigheden.
Uien 1984, p. 389.
Zie par. 5.3.2.
Macneil 1982, p. 958.
Goldstein 2004, p. 774.
Hoewel Shavell geen tegenstander is van de theorie van de efficiënte tekortkoming en deze zelfs in bepaalde gevallen propageert,1 meent hij dat een koper van unieke zaken een recht op nakoming moet hebben.2 Bij de verkoop van unieke zaken werkt een recht op nakoming efficiëntieverhogend, omdat deze remedie het risico van ondercompensatie vermijdt. Vanwege het ontbreken van een makkelijk vast te stellen marktprijs bestaat namelijk het gevaar dat de rechter een te lage schatting maakt van de waarde die de eerste koper aan de zaak toekent.3 Indien de eerste koper geen recht op nakoming heeft en de verkoper de zaak aan een derde verkoopt, zal de eerste koper, als de zaak voor hem een hogere waarde vertegenwoordigt dan voor de derde, zich tot de derde wenden en de zaak van hem kopen. De derde realiseert dan een voordeel dat onder de oorspronkelijke contractspartijen verdeeld had kunnen worden als de koper wel recht op nakoming had gehad.4 Met een recht op nakoming kan de eerste koper dus verhinderen dat de verkoper de zaak aan een derde levert voor een prijs onder de subjectieve waarde die de eerste koper aan de zaak toekent.5 Voorts heeft nakoming het voordeel dat de eerste koper niet op zoek hoeft te gaan naar goederen van de verkoper waarop hij verhaal kan nemen als de verkoper weigert de schadevergoeding te betalen.6
Eisenberg is ook van mening dat nakoming als primaire remedie efficiënter is dan schadevergoeding. Eisenberg meent dat kopers door de overeenkomst aan te gaan impliciet een premie betalen aan de verkopers om na de sluiting van het koopcontract de gekochte zaak niet meer te verkopen aan derden.7 Volgens Eisenberg leidt de theorie van de efficiënte tekortkoming juist tot inefficiënte uitkomsten, omdat het leidt tot een aanpassing van de contractsvoorwaarden. Daarmee introduceert de theorie onzekerheden die de overeenkomst juist beoogt uit te sluiten:8
Just as the buyer takes the negative risk that the value of the commodity may fall before or after delivery, so the seller forgoes the positive risk that the value of the commodity may rise before or after delivery, an overbidder may be found, or both. Accordingly, the theory of efficient breach, which approves and indeed encourages searching for and accepting overbids, would inefficiently remake contracts.
Eisenberg meent dat kopers ervan uitgaan dat de overeenkomst zal worden nagekomen, en dat zij daarvan ook mogen uitgaan. Eisenberg wijst in dit verband op het commentaar bij § 2-609 van de Uniform Commercial Code:9
The section rests on the recognition of the fact that the essentaal purpose of a contract between commercial men is actual performance and they do not bargain merely for a promise, or for a promise plus the right to win a lawsuit and that a continuing sense of reliance and security that the promised performance will be forthcoming when due, is an important feature of the bargain.
Een contractenrechtelijke regel die de verkoper in staat stelt contractbreuk te plegen, leidt volgens Eisenberg tot een ondermijning van het vertrouwen van de kopers in het contractmechanisme.10 Friedmann is een andere criticaster van de theorie van de efficiënte tekortkoming. Volgens Friedmann bestaat er in wezen geen verschil tussen de situatie dat een schuldenaar ervoor kiest zijn verbintenis met de schuldeiser niet na te komen door aan een meerbiedende derde te leveren en de situatie dat iemand een zaak van een rechthebbende vervreemdt, omdat hij een derde heeft gevonden die daaraan een hogere waarde toekent.11 Het feit dat in bepaalde omstandigheden een zaak bij de partij blijft die de waarde daarvan minder hoog waardeert dan een derde, is nu eenmaal een gevolg van het imperfecte marktmechanisme:12
The inefficiency resulting from failure of the bargaining process is inherent in the market system. If failure to reach an agreement created a license to take another's property (including contractual rights), then a complete breakdown of the market economy could follow. Why negotiate with a determined owner to buy something that can be taken, subject only to a court's subsequent appraisal of its value?
Ook Laycock vergelijkt het recht van de koper op nakoming met de sterke goederenrechtelijke positie van een eigenaar. Hij ziet er geen probleem in dat een koper met een recht op nakoming achter de hand een hoog bedrag aan schadevergoeding kan bedingen als de verkoper de verkochte zaak aan een derde wil leveren:13
Owners of scarce resources do such things, and efficient breach theorists should be the last to complain, even though such premiums (het bedrag aan schadevergoeding dat de koper van de verkoper weet te bedingen door te dreigen in rechte een vordering tot nakoming in te stellen, DB) would reduce the incentive to identify and complete potentially efficient transactions with third parties. To limit plaintiff to a damage remedy to keep him from profiteering is a form of price control administered exclusively through litigation. It would be hard to imagine a less efficient form of regulation.
Friedmann meent dat de kernvraag van de discussie over de efficiënte tekortkoming is wie recht heeft op het voordeel dat de meerbiedende derde inbrengt. Volgens Friedmann komt dit voordeel de koper en niet de tekortschietende verkoper toe. Volgens Friedmann stijgen bovendien de transactiekosten als het de verkoper vrijstaat om contractbreuk te plegen. Indien de koper een recht op nakoming heeft, is er slechts één transactie nodig om de zaak bij de meerbiedende derde te krijgen: de transactie tussen de eerste koper en de derde.14 Als de eerste koper enkel recht op schadevergoeding heeft, zullen dat volgens Friedmann ten minste twee transacties zijn. In de eerste plaats de transactie tussen de verkoper en de meerbiedende derde en in de tweede plaats de kosten van het geschil tussen de eerste koper en de verkoper over de schadevergoeding.15 Het is volgens Friedmann fundamenteel onjuist om verkopers te laten bepalen of een contractbreuk al dan niet efficiënt is. De theorie van de efficiënte tekortkoming leidt echter wel daartoe. Verkopers bezitten volgens Friedmann vaak onvoldoende informatie om in te schatten of contractbreuk al dan niet efficiënt is.16
De aanhangers van de theorie van de efficiënte tekortkoming prefereren schadevergoeding, omdat deze remedie onderhandelingskosten tussen de schuldeiser en de schuldenaar over de prijs voor een tekortkoming voorkomt.17 Schwartz merkt op dat de theorie van de efficiënte tekortkoming uitgaat van de vooronderstelling dat de eerste koper in staat is een goedkopere dekkingskoop te doen dan de verkoper.18 Kon de verkoper immers een goedkope dekkingstransactie verrichten, dan zou hij het contract met de eerste koper zijn nagekomen en had hij vervolgens een soortgelijke prestatie op de markt verworven om het contract met de derde na te komen. Volgens Schwartz is de veronderstelling dat kopers in het algemeen goedkopere dekkingstransacties kunnen doen dan verkopers onjuist.19 Schwartz meent dat een recht op nakoming de efficiëntie bevordert, omdat het onderhandelingskosten over contractuele boetes overbodig maakt nu de koper verzekerd is van nakoming. Voorts voorspelt Schwartz dat een recht op nakoming als primaire remedie dure schadebegrotingsprocedures voorkomt.20 Hoewel ook aan nakoming administratieve kosten zijn verbonden, zoals gerechtelijke kosten rond de veroordeling en eventuele executiegeschillen, is Schwartz van mening dat niet vaststaat dat deze kosten de schadevergoedingskosten zullen overstijgen.21
Het geldende Amerikaanse recht, dat de verkoper de keuze geeft tussen nakoming en niet-nakoming met schadeloosstelling, strookt volgens Barnett niet met het rechtsgevoel van de burgers:22
The commonsense meaning of a commitment to perform is that the promisor is obliged to actually perform. Most persons untutored in the fine points of contract law think they are bargaining for performance, not the option of the promisor to perform or pay expectation damages. Rationally ignorant promisees will assume that the commonsense expectation governs their transaction. Should they desire a specific performance remedy, they will not bargain for a different clause because they are unaware that such bargaining is necessary.
De regel van Amerikaans regelend recht dat schadevergoeding de primaire remedie is, gaat volgens Barnett dus in tegen de verwachtingen van de burgers.23 Deze afwijking kan volgens Barnett tot inefficiënties leiden. Dit is bijvoorbeeld het geval indien één van de partijen op de hoogte is van het contractenrecht en contracteert met een partij die dat niet is. Als het recht afwijkt van de intuïtie kan de partij met kennis van het recht gebruikmaken van zijn informatievoorsprong en een betere prijs bedingen, omdat de onwetende partij in de vooronderstelling zal verkeren dat het recht overeenstemt met zijn verwachtingen daaromtrent. Hoewel partijen nooit over dezelfde informatie zullen beschikken, meent Barnett dat informatieverschillen ten aanzien van de inhoud van het contractenrecht voorkomen moeten worden.24
Volgens Ulen moet nakoming de primaire remedie zijn, omdat een recht op nakoming partijen aanzet tot een nauwkeuriger risico-inschatting op het moment dat zij de overeenkomst sluiten. Deze risico-inschatting is volgens Ulen zuiverder dan wanneer partijen dit open laten totdat contractbreuk dreigt.25 Dit efficiëntievoordeel weegt volgens Ulen op tegen de kosten van een recht op nakoming als primaire remedie. Ulen schrijft:26
Thus, specific performance will lead to more efficient contracting by encouraging a more efficient exchange of mutually beneficial promises in the future. The short-term efficiency losses that occur are transitory and should not form the basis of a general argument in favor of money damages. (...) When this is done, it may well be shown that the most efficient way to encourage more efficient future contracting is to impose some deadweight losses on the immediate parties.
Macneil is van mening dat de vraag of een contractbreuk efficiënt is, geheel afhangt van de transactiekosten. Volgens Macneil zijn de aanhangers van de theorie van de efficiënte tekortkoming te zeer gefocust op de onderhandelingskosten.27 Voor een vergelijking van de meest efficiënte remedie dient echter het hele spectrum van transactiekosten in de beoordeling te worden betrokken, zoals: de kosten van het contract met de eerste koper; de kosten van het contract met de meerbiedende derde; de proceskosten; de kosten van de vertraging in de nakoming; de kosten voor partijen om informatie in te winnen; reputatieschade, enzovoorts.28
Ook bij commerciële contracten tussen professionele partijen, zoals bij fusies en overnames, is kritiek geuit op de intentionele contractbreuk die de aanhangers van de theorie van de efficiënte tekortkoming propageren. Zo schrijft Goldstein:29
Whether it is because breaking promises opportunistically is wrong (although this probably proves too much), whether it is because such breaches add no net wealth to society, or whether it is because of the additional legal costs generated by allowing a buyer to elect to breach a merger agreement and pay damages rather than perform, specific enforcement as a remedy for opportunistic breaches seems appropriate even where the consideration is all cash and the aggrieved party is the seller.
De kritiek die door rechtseconomen op de theorie van de efficiënte tekortkoming wordt uitgeoefend, toont in ieder geval aan dat deze theorie onder rechtseconomen niet algemeen geaccepteerd is.