Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.5.0:9.5.0 Introductie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.5.0
9.5.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS411310:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de in hfdst. 4 besproken beginselen van behoorlijk overgangsbeleid heb ik geen beginsel opgenomen dat voorschrijft dat de overheid als betrouwbaar te boek moet staan. Een betrouwbare overheid is echter wel een noodzakelijke voorwaarde voor een goed functioneren van de formele beginselen van behoorlijk overgangsbeleid alsmede de rationele-verwachtingentheorie. Indien belastingplichtigen namelijk regelmatig worden verrast, zullen zij in mindere mate bereid zijn te anticiperen op toekomstige situaties. Dit ‘verrassingseffect’ kan optreden als na het voorzienbaar worden van een wetswijziging belangrijke aanpassingen worden aangebracht in de materiële regel of in het overgangsrecht (par. 9.5.1). Een belastingplichtige kan aldus in verwarring worden gebracht omdat een overgangsregime bijvoorbeeld niet uitvoerbaar is, in strijd lijkt met hogere regelgeving of zodanig laat voorzienbaar is geworden, dat anticiperen niet meer mogelijk is.
Specifiek met betrekking tot overgangsbeleid is een aantal punten denkbaar waaraan de overheid kan werken om haar betrouwbaarheid te verbeteren. In par. 9.5.2 ga ik in op de status van toezeggingen en uitlatingen van de staatssecretaris van Financiën, het project Vaste VeranderMomenten dat in 2007 van start is gegaan, de wenselijkheid van invoering van een vast overgangsbeleid en de motiveringsplicht van de wetgever.