Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.8.1:6.8.1 Algemene opmerkingen
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.8.1
6.8.1 Algemene opmerkingen
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS456474:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Drie punten moeten vooraf worden gemaakt. Ten eerste bevat het Verdrag van Maastricht, naast wijzigingen van het EEG-verdrag, die voor zover relevant hieronder nader zullen worden besproken, ook enkele algemene bepalingen. Hierin wordt onder meer de EU opgericht, waaronder vanaf dat moment de verschillende Europese Gemeenschappen (EGKS, Euratom, EEG) vallen.1
Ten tweede vervangt het Verdrag van Maastricht in het gehele EEG-verdrag de term ‘Europese Economische Gemeenschap’ door ‘Europese Gemeenschap’ (hierna: EG).2 Dit is bedoeld om duidelijk te maken dat de EU zich verder uitstrekt dan alleen samenwerking op economisch terrein. Sinds het Verdrag van Maastricht is het EEG-verdrag dus gewijzigd in het EG-verdrag en is de EG opgegaan in de EU.
Ten derde regelt het Verdrag van Maastricht met het ingevoegde artikel 3A EG-verdrag de instelling van de EMU, hoewel die term in dat artikel niet is terug te vinden. Het eerste lid van dit artikel stelt dat er een economisch beleid zal worden ingevoerd, dat onder meer is gebaseerd op de nauwe coordinatie van het economisch beleid van de lidstaten en op de interne markt. Hierbij is voor het eerst vastgelegd op welk economisch systeem het beleid van de EU is gestoeld: het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging moet in acht genomen worden. Het tweede lid regelt vervolgens de monetaire kant van de EMU. Gelijktijdig met de invoering van het economisch beleid (en dus in lijn met het idee van parallellisme uit het Delors-rapport), vindt de onherroepelijke vaststelling van wisselkoersen plaats. Dit leidt volgens het tweede lid tot de invoering van één munt, de ECU. Daarnaast zal er een gemeenschappelijk monetair en wisselkoersbeleid tot stand komen. Bij deze monetaire aspecten geldt het handhaven van prijsstabiliteit als hoofddoel. Tevens dienen deze maatregelen volgens het tweede lid het algemeen economisch beleid binnen de EU te ondersteunen, wederom met inachtneming van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging. Het derde en laatste lid noemt ten slotte een aantal grondbeginselen die bij de uitoefening van het eerste en tweede lid nageleefd moeten worden, namelijk stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een houdbare betalingsbalans.
De EMU zoals omschreven in artikel 3A EG-verdrag wordt nader uitgewerkt in andere wijzigingen van het EG-verdrag, die zijn vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. Hieronder zullen eerst de specifieke bepalingen omtrent het economisch beleid aan bod komen, waarna zal worden ingegaan op de monetaire bepalingen.