Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/766
Procesrecht. Hybride zitting; deelname door partij of belanghebbende via videoverbinding; bezwaar daartegen; motiveringsplicht. Horen betrokkene bij beschermingsbewind en mentorschap.
HR 13-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:902
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00997
24/00999
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:902, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1404, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Hybride zitting; deelname door partij of belanghebbende via videoverbinding; bezwaar daartegen; motiveringsplicht. Horen betrokkene bij beschermingsbewind en mentorschap.
Samenvatting
De wettelijke regeling van de mondelinge behandeling of het recht op een eerlijk proces staan er niet aan in de weg dat een partij (daaronder begrepen een belanghebbende) op eigen verzoek via een videoverbinding aan de (overigens fysieke) zitting deelneemt (een zogenoemde ‘hybride zitting’), indien een andere partij daartegen bezwaar maakt. Een mondelinge behandeling waarbij alle partijen fysiek aanwezig zijn, verdient steeds de voorkeur en moet daarom uitgangspunt zijn. De rechter die van een van partijen een verzoek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.