De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/8.4.1.3:8.4.1.3 Gedoogplichten
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/8.4.1.3
8.4.1.3 Gedoogplichten
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284665:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover uitvoerig Van Ravels 2006, p. 207-253 en Sluysmans & Van der Gouw 2015, p. 13.
HR 22 mei 1970, ECLI:NL:HR:1970:AB5597, NJ 1970/368 (NV/PNEM), HR 2 februari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AB7302, NJ 1979/384, m.nt. F.H.J. Mijnssen (Binnendijk B.V./Energiecentrale IJsselcentrale) en HR 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:996, NJ 2019/447, m.nt. E.W.J. de Groot (Tennet). Zie hierover Sluysmans & Van der Gouw 2015, p. 13-14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
667. De overheid kan op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (art. 1, 3 en 9) en de Waterwet (art. 5.20 e.v.)1 een grondeigenaar verplichten om een inbreuk op diens eigendom door een derde private partij ten behoeve van het algemeen belang te dulden (aanleg elektriciteitsnet, bouwen stuwdam, aanbrengen duikers etc.). Het gaat hier dus ook om een (gerechtvaardigde) rechtsinbreuk. De eigenaar heeft volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad een aanspraak op volledige schadevergoeding, vergelijkbaar met een uit onteigening voortvloeiende aanspraak.2 Ook hier dient de Ow dus als blauwdruk voor het beschermingsbereik van het geschonden eigendomsrecht.