Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.3.d:d. Definitie en verschijningsvormen
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.3.d
d. Definitie en verschijningsvormen
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479836:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser-Mijnssen, De Haan & Van Dam, 3-1 Algemeen goederenrecht, nr. 9. Zie tevens W.G. Huijgen, Koop en verkoop van onroerende zaken, p. 91, alsmede W.H.M. Reehuis, E.E. Slob, Invoering boeken 3, 5 en 6, Boek 7 Bijzondere Overeenkomsten Titels 1, 7, 9 en 14, p. 299.
Ook binnen de Duitse Grunderwerbsteuer is een dergelijke faciliteit aanwezig. Zie hiervoor Grenzübergangsstelle 3A onderdeel D.
Zie in dit kader tevens M. Drukker, ‘Het verschil tussen de akte tot ruiling en de akte van ruiling’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De definitie van de ruilovereenkomst, zoals opgenomen in artikel 7:49 BW, stemt inhoudelijk overeen met de omschrijving uit het Oud BW.1 Uit deze definitie blijkt nog maar eens duidelijk dat ruil te typeren is als een wederkerige overeenkomst: elk van beide partijen neemt een verbintenis op zich ter verkrijging van een daartegenover bedongen vordering op de wederpartij.2 Ten aanzien van de overeenkomst van kavelruil als geheel is, in beginsel, dezelfde conclusie mogelijk: alle deelnemers nemen verbintenissen op zich en verkrijgen vorderingen op andere deelnemers. Van een rechtstreekse wederkerigheid is, in beginsel, dikwijls echter geen sprake. Op zowel koop, ruil als kavelruil zijn de civielrechtelijke ‘dogma’s’ uit het algemene verbintenissenrecht derhalve van toepassing. Zie nader onderdeel 2.c hiervoor.
De civielrechtelijke ruil kent van oudsher twee (hoofd)verschijningsvormen. Enerzijds is er de ‘koop met inruil’, waarbij er geen bijbetaling of toegift plaats hoeft te vinden. Door de ‘onderlinge uitwisseling’ van de zaken is de transactie voltooid. Anderzijds komt de ruil met betaling van een toegift voor. Men denke in het laatste geval bijvoorbeeld aan de veel voorkomende figuur van het ‘inruilen’ van een oude auto tegen een nieuwe. Vanwege het waardeverschil tussen beide zaken dient een bepaald bedrag bijbetaald te worden door de ‘inruiler’. Deze laatste toepassingsmogelijkheid van de ruil is goed beschouwd een mengvorm tussen koop en ruil.3 Vooral indien de toegift een relatief groot bestanddeel van de totale prestatie vormt, schurkt de ruil bijzonder dicht tegen de koop aan. Zie in dit kader tevens de in grenspost 2, hoofdstuk III, onderdeel E.2 te bespreken ‘ruilingsvrijstelling’, zoals deze tot 1 januari 2007 gold binnen de overdrachtsbelasting, wanneer sprake was van ruil van landerijen. In het kader van deze ‘oude’ vrijstelling werd het begrip ‘ruil’ gedefinieerd als de overeenkomst waarbij partijen zich verbinden om aan elkaar wederkerig een goed in de plaats van een ander te geven, eventueel met een toegift in geld. De wederkerigheidseis uit het civielrechtelijke ruilbegrip ex artikel 1577 oud BW, respectievelijk artikel 7:49 BW deed derhalve ook in fiscalibus opgeld.4 Het werken met toegiften stond aan de toepassing van de vrijstelling niet in de weg, ook wanneer de toegift in verhouding tot de totale prestatie aanzienlijk is, zo blijkt uit de in de fiscale grenspost te bespreken rechtspraak. Het begrip ‘ruil’ wordt derhalve vrij ruim opgevat.5
Gezien het feit dat bij ruil van twee onroerende zaken bijna nooit sprake is van twee onroerende zaken met exact dezelfde waarde, zal de ruil met toebetaling veruit de meest gebruikte vorm van ruil zijn.
Ook hier kan een interessante parallel met kavelruil getrokken worden, aangezien ‘toegiften’ in een kavelruilproces aan de orde van de dag zijn. Het waardeverschil tussen de ingebrachte en toegedeelde zaken zal voor de betreffende partij aanleiding zijn tot enerzijds het vorderen van een toegift wegens ‘onderbedeling’ of anderzijds de verplichting tot betaling van een toegift wegens ‘overbedeling’. Het waardeverschil binnen een kavelruil zal dikwijls, met name wanneer uitsluitend of grotendeels onbebouwde percelen (landbouw)grond van dezelfde kwaliteit betrokken zijn in de kavelruil, gebaseerd zijn op het verschil in oppervlakte tussen de ingebrachte en toegedeelde onroerende zaken. Bij aanzienlijke verschillen in kwaliteit tussen de diverse in te brengen (landbouw)gronden of bij inbreng van opstallen zal het waardeverschil op andere wijze (door middel van indeling in categorieën of door middel van taxatie) worden vastgesteld.