Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.8.1:6.8.1 Reikwijdte en wijze van vergeving
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.8.1
6.8.1 Reikwijdte en wijze van vergeving
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859118:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allereerst springt in het oog dat vergeving in Nederland bij alle onwaardigheidsgronden mogelijk is. De wetgever heeft niet op voorhand gedragingen uitgesloten en daarmee als juridisch onvergefelijk geclassificeerd. In België daarentegen is vergeving bij onwaardigheid beperkt mogelijk. Bepaalde onwaardige gedragingen kunnen juridisch gezien niet worden vergeven. Verder is een belangrijk verschil dat vergeving in Nederland niet aan vormvoorschriften is gebonden. Vergiffenis kan blijken uit gedragingen en omstandigheden. De vergeving wordt daarbij niet als rechtshandeling gekwalificeerd. De Belgische wetgever vaart een andere koers en stelt vormvoorschriften aan de vergevingshandeling. De vergeving is een rechtshandeling en moet zijn opgenomen in een van de testamentsvormen. Dit onderscheid heeft tot gevolg dat verval van onwaardigheid door vergeving in Nederland niet altijd een bewust beoogd resultaat hoeft te zijn, hetgeen de vergeving als feitelijke handeling bevestigt. In België is verval van onwaardigheid door vergeving wel een bewuste keuze van de erflater. De erflater is gehouden een schriftelijk stuk op te maken waaruit blijkt dat hij de onwaardige erfgenaam vergeeft.1
Vandenbogaerde verklaart het vrijere Nederlandse systeem als volgt. Volgens hem hanteert Nederland niet dezelfde terughoudendheid in de omschrijving van onwaardige gedragingen als België met als gevolg dat Nederland de opheffingsmogelijkheid van onwaardigheid meer liberaal invult.2 Bij de verschillende systemen mag mijns inziens ook niet uit het oog worden verloren dat in België de mogelijkheid bestaat van een eigenhandig geschreven testament. Dat maakt dat de erflater vrij eenvoudig en zonder hoge kosten tot vergeving kan overgaan. Zoals in paragraaf 4.4 reeds opgemerkt ben ik van mening dat het systeem van de vormvrije vergeving gehandhaafd kan blijven. Vandenbogaerde merkt terecht op dat een formalistisch systeem, zoals België dat kent, niet altijd de benodigde garanties biedt. De redactie van testamenten is niet altijd duidelijk, zeker niet bij eigenhandig geschreven testamenten.3
Een regeling waarbij bepaalde gedragingen door de wetgever onvergefelijk worden gemaakt, verdient niet de voorkeur. Over het algemeen zal uitsluiting van de onwaardige in de gevallen genoemd in artikel 4:3 lid 1 BW stroken met de wil van de erflater. Indien dit niet het geval is, staat de onwaardige de mogelijkheid van vergeving ten dienste. De erflater heeft daarmee het laatste woord. De autonomie van de erflater over de vererving van zijn nalatenschap rechtvaardigt een dergelijk systeem.