Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.3.1:7.3.1 Richtlijn(historie)
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.3.1
7.3.1 Richtlijn(historie)
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291565:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de richtlijnhistorie volgt dat de verhuur van onroerend goed vóór de inwerkingtreding van de Zesde Richtlijn in de toenmalige lidstaten in het algemeen om technische, sociale en economische redenen was vrijgesteld van btw-heffing (zie paragraaf 7.2). Omdat de lidstaten ervoor hebben gekozen om die ‘vrijstellingspraktijk’ te continueren, is het van belang om na te gaan wat deze technische, sociale en economische redenen of rechtvaardigingen inhouden. In de paragrafen 7.3.1.1 tot en met 7.3.1.3 wordt daarom achtereenvolgens op deze rechtvaardigingen voor de ‘verhuurvrijstelling’ ingegaan.
In art. 14, B, onderdeel d, punt 2 Voorstel voor een zesde richtlijn had de Europese Commissie voorgesteld om de verhuur van onroerend goederen die voor industriële of commerciële doeleinden worden gebezigd uit te zonderen van de ‘verhuurvrijstelling’ en dus van rechtswege te belasten. Aan de rechtvaardiging voor die uitzondering op de ‘verhuurvrijstelling’ wordt in paragraaf 7.3.1.4 aandacht besteed, aangezien die uitzondering een rol lijkt te spelen in de formulering van de ratio van de ‘verhuurvrijstelling’ door het Hof van Justitie (zie paragraaf 7.3.2).
7.3.1.1 Technische rechtvaardiging7.3.1.2 Sociale rechtvaardiging7.3.1.3 Economische rechtvaardiging7.3.1.4 Fiscale neutraliteit