Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/4.4.1
4.4.1 Zaaksvervanging als originaire verkrijging
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625823:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover verder par. 6.4 en 6.5.2.
Zie ook Jansen 2005 (2007), p. 69.
Hoewel over de verkrijging van met beperkte rechten belaste aanspraken bij de toepassing van art. 5:4, 5:14 lid 2 en 5:16 lid 1 BW geen zekerheid bestaat en een afweging van de wetgever tussen de rechtvaardigheid van behoud van rechten en de gevolgen hiervan voor publiciteit en derdenwerking wenselijk is, blijkt uit de discussie dat de omvang van de verkregen rechten geen dwingend argument is dat het aanmerken van zaaksvervanging als een originaire verkrijging verhindert. Zie ook Wichers 2002, p. 311, nt 130.
Zie Wichers 2002, p. 309.
Anders Biemans 2002, p. 98.
121.
Evenals bij de besproken originaire verkrijgingen treedt zaaksvervanging van rechtswege op en ligt er in beginsel een specifieke wettelijke bepaling aan ten grondslag. Het is echter de vraag of de aard van de betrokken goederen, de aard van de situatie waarin zaaksvervanging optreedt en de rechten die worden verkregen, eveneens voldoende overeenkomsten vertonen.
Originaire verkrijgingen kunnen, zoals gesteld, betrekking hebben op zowel zaken als vermogensrechten. Het gegeven dat zaaksvervanging op kan treden bij alle goederen en in de praktijk een vervanging vrijwel ondenkbaar is zonder dat daar een vordering als surrogaat aan te pas komt.1 staat er niet aan in de weg zaaksvervanging aan te merken als een originaire verkrijging.
De situaties waarin originaire verkrijgingen optreden, zijn gevarieerd en verbonden aan een noodzaak of wens van de wetgever om in te grijpen. Wanneer zaaksvervanging optreedt, kan niet gezegd worden dat dit noodzakelijk is om het intreden van een goederenrechtelijk vacuum te voorkomen. De overige regels van goederenrecht geven echter een resultaat dat onwenselijk is, omdat het geen recht doet aan de oorspronkelijke verhoudingen. Zaaksvervanging leidt tot een beter resultaat. Evenals bij verkrijgende verjaring en het ius tollendi ligt hier een afweging van de wetgever aan ten grondslag. De wet zorgt door middel van zaaksvervanging voor een rechtvaardige continuering van rechtsverhoudingen. Ook op dit punt vertoont zaaksvervanging voldoende overeenkomsten met overige originaire verkrijgingen om hieronder te kunnen worden geschaard.
Het grootste verschil tussen zaaksvervanging en de originaire verkrijgingen lijkt de aard van de verkregen rechten te zijn. Zaaksvervanging leidt vaak tot verkrijging van beperkte rechten of rechten belast met een beperkt recht, terwijl originaire verkrijgingen veelal een volledige en onbelaste aanspraak opleveren. Mijns inziens staat dit feit er echter niet aan in de weg zaaksvervanging als een wijze van originaire verkrijging aan te merken.2 Zoals hierboven is gebleken, bestaat de veronderstelde tegenstelling slechts ten dele. Het predicaat 'originaire verkrijging' betekent dat een recht wordt verkregen dat niet is afgeleid van het recht van een rechtsvoorganger en in die zin dus nieuw is. Dit recht hoeft echter niet noodzakelijkerwijs volledig of onbezwaard te zijn, zo blijkt uit de toepassing bij verkrijgende verjaring.3
Aan de wettelijke toewijzing van nieuwe rechten liggen van geval tot geval wisselende redenen ten grondslag en deze rechtvaardigen geen eensluidende slotsom met betrekking tot de omvang van aldus verkregen rechten. Wichers formuleert het als volgt:
'Uiteindelijk vloeit uit het wettelijk systeem en niet uit een leerstellig onderscheid voort, in hoeverre werkelijk een nieuw en onbelast recht wordt verkregen dan wel een oorspronkelijk recht blijft voortbestaan.'4
Of het toegewezen recht volledig, beperkt of bezwaard met een beperkt recht is, hangt mijns inziens af van de rechtsfeiten waaraan de verkrijging wordt gekoppeld. Het wettelijk systeem waarnaar Wichers verwijst, is te vinden in de aanknopingsfactoren die in de verschillende bepalingen worden gebruikt om tot rechtstoewijzing te komen. Om een uitspraak te kunnen doen over de kwalificatie van zaaksvervanging als originaire verkrijging, moeten dus ten slotte de wettelijke aanknopingspunten worden bekeken. Bij zaaksvervanging is de toekenning van aanspraken gekoppeld aan rechtsverhoudingen, zoals die bestonden ten aanzien van het oorspronkelijke goed. Zaaksvervanging sluit op dit punt aan bij de originaire verkrijgingen die aanknopen bij de eigendom van oorspronkelijke zaken.
De erkende originaire verkrijgingen en zaaksvervanging vertonen hiermee, zowel wat betreft de betrokken situaties als de aard en omvang van de verkregen rechten, naar mijn mening voldoende overeenstemming om zaaksvervanging als een originaire verkrijging aan te merken.5 Hierdoor is het zinvol de wijze waarop overige originaire verkrijgingen tot verkrijging van aanspraken leiden, nader te bekijken om een antwoord te formuleren op de vraag hoe het proces van zaaksvervanging zich voltrekt.