Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.10
6.8.3.10 Nadere eisen of waarborgen
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401402:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Indien vennootschappen zich niet houden aan de jaarlijkse bevestiging dan kan de secretary of state de LLP-inschrijving doorhalen, wat betekent dat de vennootschap de LLP-status verliest, maar wel een partnership blijft. De vennootschap kan binnen twee jaar na doorhaling vragen om herinschrijving. Hierdoor zal de LLP-status met terugwerkende kracht worden verkregen. Zie A.R. Bromberg en L.E. Ribstein (2009), supra noot 290, § 2.03(c) en RUPA 1997 § 1003.
Artikel 1 Wet documentatie vennootschappen. Zie: Wetsvoorstel wijziging van onder mee Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet documentatie vennootschappen in verband met het vervallen van de verklaring van geen bezwaar en het verbeteren en uitbreiden van de controle op rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik rechtspersonen.
Kamerstukken II, 2008-2009, 31 948, nr. 3, blz. 4.
Om hun LLP-status te behouden, zijn Amerikaanse LLP's verplicht tot een jaarlijkse bevestiging van de inschrijving door middel van een annual report. Dit annual report is een document met praktisch dezelfde gegevens als in het oorspronkelijke inschrijvingsdocument. De reden van deze bevestiging is het verkrijgen van informatie over de vennootschap die up-to-date is, en daarnaast het via registratiegelden genereren van inkomsten. Verder dient de plicht als herinnering aan de vereisten voor de LLP-status en het daaraan blijven voldoen.1 Zou de OVBA ook jaarlijks de inschrijving bij de Kamer van Koophandel moeten bevestigen? Een dergelijke verplichting ligt niet in lijn met het systeem van registratie van het Nederlandse handelsregister. Die is gebaseerd op het op korte termijn doorgeven van wijzigingen op straffe van bijvoorbeeld een boete. Het innen van registratiegelden als bron van inkomen is, zoals eerder aangegeven, geen doel van de Nederlandse Kamers van Koophandel. Een jaarlijkse inschrijfplicht voor de OVBA is dus niet gewenst.
Een andere waarborg voor de positie van derden kan zijn dat de OVBA zou vallen onder het nieuwe toezicht dat gaat gelden voor de rechtspersonen uit Boek 2. Dit toezichtsysteem zal de verklaring van geen bezwaar vervangen. Het toezicht wordt van toepassing op de NV, de BV, cooperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, stichtingen, Europese naamloze vennootschappen, Europese cooperatieve vennootschappen en Europese samenwerkingsverbanden, die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben.2 Dat de eenmanszaak, maatschap, VOF of CV niet onder de nieuwe vorm van toezicht vallen, komt doordat zij geen rechtspersoonlijkheid hebben. Volgens de minister is hierbij van belang dat degene die namens een van deze ondernemingsvormen bevoegd optreedt hoofdelijk aansprakelijk is. Ook de toekomstige openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid wordt niet onder het nieuwe systeem van doorlopende controle gebracht omdat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten blijft bestaan.3 In lijn met die redenering zou de OVBA wel onder het systeem moeten gaan vallen. Het systeem brengt voor de vennootschap geen kosten met zich. In die zin zou het voor de vennoten van de OVBA niet uitmaken of het nieuwe toezichtsysteem ook op de OVBA van toepassing zou zijn. Ik stel dan ook voor het nieuwe toezichtsysteem op de OVBA van toepassing te verklaren.