Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.4.2:3.2.4.2 Verband met artikel 20 Wna
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.4.2
3.2.4.2 Verband met artikel 20 Wna
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859070:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Perrick 4 2021/716.
Kraan, WPNR 2005/6646, p. 972.
Commissie Erfrecht van de KNB, WPNR 2010/6866, p. 880.
Blokland 2001, p. 62 resp. Klaassen/Luijten & Meijer 2008, p. 93. Zie ook par. 3.2.3.1.
Melis/Waaijer 2019, p. 205. Waaijer wijzigt hiermee zijn mening ten opzichte van de vorige druk. B. Schols 2017, p. 217. Schols spreekt hierbij enkel over de benoeming tot afwikkelingsbewindvoerder.
Kolkman 2010, p. 148.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 20 Wna speelt bij de benoeming tot bewindvoerder eveneens een rol in de discussie.
Perrick is onder meer van mening dat de passerende notaris tot bewindvoerder kan worden benoemd, omdat de notaris hierdoor niet wordt bevoordeeld. Artikel 20 lid 1, tweede zin Wna ziet hij als een overbodige bepaling, zoals bij de bespreking van de executele al naar voren is gekomen.1 Volgens Kraan is niet beslissend of alleen sprake is van economisch voordeel. Een notaris kan volgens hem geen testament passeren waarin aan hem bevoegdheden worden toegekend, tenzij de wet dit opnemen van die bevoegdheden nadrukkelijk toestaat. Dat de notaris wel tot executeur kan worden benoemd, moet volgens hem als uitzonderingsbepaling worden gezien.2 De commissie erfrecht leest in deze overweging dat Kraan wel bezwaar ziet tegen het zijn van bewindvoerder bij onwaardigheid, dit in tegenstelling tot Perrick.3
Blokland alsmede Luijten & Meijer achten deze benoeming evenals Kraan niet toelaatbaar.4 Schols en Waaijer komen daarentegen tot dezelfde slotsom als Perrick. De passerende notaris kan wat hen betreft tot bewindvoerder worden benoemd.5
Kolkman kiest een gedifferentieerde benadering bij de vraag of een passerende notaris zich tot bewindvoerder kan laten benoemen. Bij een testamentair bewind met een andere strekking dan een gemeenschappelijk belang, zoals het belang van de rechthebbende, heeft hij twijfels over de benoembaarheid van de passerende notaris. Dat de notaris tot in lengte van jaren het bewind voert over het rijkelijke erfdeel van een rechthebbende, wekt volgens hem de schijn van bevoordeling.6 Hoewel de beschouwing van Kolkman niet rechtstreeks handelt over artikel 4:3 BW, volgt hieruit wel dat Kolkman onder omstandigheden een schijn van bevoordeling aanwezig acht bij een bewindvoerdersbenoeming.