Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/2.7.3
2.7.3 Verenigd Koninkrijk
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349449:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gower and Davies 2008/28-21.
In algemene bewoordingen in Rule 21.1(a) City Code. Rule 21.1(b) en Rule 37.3 geven een aantal niet-limitatieve voorbeelden. Zo is goedkeuring vereist van de algemene vergadering voor de uitgifte en inkoop van aandelen, de vervreemding van materiële activa.
Gower and Davies 2008/28-1/28-17. Zie over deze economische theorie ook paragraaf 2.6.2 en paragraaf 2.6.3.
Art. 2:359b lid 1 sub a BW. Zie paragraaf 6.4.
Gower and Davies 2008/28-18, The Anatomy of Corporate Law 2009, par. 8.2.2.1.
Zie paragraaf 6.4.2 onder e.
Gower and Davies 2008, 28-17.
De City Code is dan niet van toepassing, zodat teruggevallen moet worden op het algemene vennootschapsrecht.
Zie paragraaf 2.2.2 onder f.
Gower and Davies 2008, 28-18.
Traditioneel gezien geldt de markt in het Verenigd Koninkrijk als een kapitaalmarkt georiënteerd systeem. Het moge daarom niet verbazen dat het Verenigd Koninkrijk, anders dan Nederland, België en Duitsland (waarover hierna), geen gebruik heeft gemaakt van de opt-out regeling die de Overnamerichtlijn biedt aan de EU-lidstaten. Het gevolg daarvan is dat art. 9 van de Overnamerichtlijn (de passiviteitsregel) van toepassing is op vennootschappen naar het recht van het Verenigd Koninkrijk. Daarentegen heeft het Verenigd Koninkrijk wel gebruikgemaakt van de opt-out regeling met betrekking tot art. 11 van de Overnamerichtlijn (doorbraakregeling). Disproportionele kapitaalstructuren komen in het Verenigd Koninkrijk weinig voor. Tegelijkertijd wilde men graag de mogelijkheid behouden om disproportioneel kapitaal in te kunnen voeren, zolang dat wordt geaccepteerd door de markt.1 Dit uitgangspunt past bij de leidende gedachte in het Verenigd Koninkrijk om bescherming over te laten aan de markt.
In het Verenigd Koninkrijk is het aan de aandeelhouders om te bepalen of het openbaar bod wel of niet wordt geaccepteerd. Dat betekent dat het bestuur geen maatregelen mag nemen om een (vijandig) bod te frustreren zonder goedkeuring van de algemene vergadering.2 De passiviteitsgedachte wordt verklaard vanuit het principe van vrije verhandelbaarheid van aandelen en wordt als een significant onderdeel beschouwd van het Britse corporate governance systeem. Vaak wordt gewezen op de market in corporate control, dat als een krachtig incentive voor het bestuur dient om te allen tijde in het belang van de aandeelhouders te handelen.3 Minderheidsaandeelhouders die niet over up-to-date informatie beschikken worden beschermd door de disclosure verplichtingen van zowel de vennootschap als de bieder en door het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast biedt de biedplicht de nodige bescherming aan minderheidsaandeelhouders. Overigens kan een vennootschap in Nederland er vrijwillig voor kiezen om onbeschermd te zijn.4
Een van de weinige maatregelen die het bestuur van de doelwitvennootschap kan nemen zijn de volgende.5 De vennootschapsleiding zou de aandeelhouders ervan kunnen proberen te overtuigen dat ze beter af zijn met het zittende bestuur dan met de bieder, of de mededingingsautoriteiten ervan overtuigen dat het bod vanwege publieke belangen moet worden geadresseerd. Een andere mogelijkheid is het zoeken naar een alternatieve bieder, een white knight. Deze uitzondering is immers toelaatbaar op grond van de Overnamerichtlijn.6 Daarbij moet niet uit het oog verloren worden dat steun van het bestuur van de doelwitvennootschap belangrijk kan zijn voor de bieder, bijvoorbeeld om de eigen aandeelhouders van de bieder te overtuigen van het bod. De overtuigingskracht van het bestuur van de doelwitvennootschap vormt dus een belangrijke factor in het Verenigd Koninkrijk.
De passiviteitsregel geldt vanaf het moment waarop een openbaar bod dreigt te worden uitgebracht en wordt niet noodzakelijk geacht in de periode waarin geen sprake is van zulke dreiging. In die periode is het risico immers kleiner dat het bestuur bij het nemen van beslissingen zijn eigenbelang voorop stelt. Zou het bestuur zich gedurende de periode waarin geen bod wordt gedaan – in de meeste gevallen dus – moeten onthouden van frustrerende handelingen, dan zou het bestuur teveel worden beperkt in zijn bevoegdheden.7 In situaties anders dan een openbaar bod situatie heeft het bestuur meer vrijheid om de vennootschap te beschermen, bijvoorbeeld tegen een mogelijk toekomstig vijandig bod.8 De mogelijkheden zijn echter beperkter dan in bijvoorbeeld Nederland. Om de vennootschap minder aantrekkelijk te maken om te worden overgenomen, zou een joint venture met een andere vennootschap kunnen worden aangegaan, waarbij die andere vennootschap de mogelijkheid krijgt om de vennootschap uit te kopen indien er sprake is van verkrijging van controle in de vennootschap – een vorm van een crown jewel dus9 – en het wijzigen van de ratio vreemd vermogen-eigen vermogen op de balans.10 Vanwege het feit dat voor de uitgifte van aandelen en het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen machtiging van de aandeelhouders vereist is, zijn poison pill achtige structuren in het Verenigd Koninkrijk moeilijk voorstelbaar. Een met beschermingsprefs vergelijkbaar systeem komt in het Verenigd Koninkrijk dan ook niet voor.