Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/5.4.1
5.4.1 Een beroep op doeloverschrijding
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS583893:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. NBW, Boek 2, p. 127 e.v.; Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 224 e.v.
HR 16 oktober 1992, NJ 1993/98 (Westland/Utrecht Hypotheekbank).
HR 20 september 1996, NJ 1997/149 (Playland); HR 16 oktober 1992, NJ 1993/98 (De Wereld).
HR 07 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0502, NJ 1992/438 (Astro).
Huizink 2014.
Keijzer V&O 2002, p. 82-87; Belder, V&O 2004, p. 42-45; Stienstra V&O 2005, p. 22-26. Zie ook HR 01 april 1949, NJ 1949/465 (Doetinchemse IJzergieterij).
Van Schilfgaarde, Winter & Wezeman 2013, p. 210-213.
Van Schilfgaarde, Winter & Wezeman 2013, p. 211.
Asser-Van der Grinten-Maeijer 2-II, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1997/74 en 76. Vgl. Van Solinge 2002.
Hof Amsterdam 22 maart 1984, NJ 1985/219 (Nesolas BV); Rb. Breda 24 juni 1997, JOR 1997/ 112 (Van Gils Holding Roosendaal BV); Rb. Rotterdam 24 februari 2000, JOR 2000/76 (Diepvries Goedereede B.V.); Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/830; Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016 , p. 227.
HR 20 september 1996, NJ 1997/149; JOR 1996/119 (Playland).
Belder, V&O 2004, p. 42-45, p. 42-43. Overigens wordt door verschillende auteurs een wijziging van art. 2:7 BW bepleit. Namelijk om bij rechtshandelingen met derden doeloverschrijding alleen interne werking toe te kennen. Rechtshandelingen met derden zijn derhalve enkel onder bijzondere omstandigheden vatbaar voor vernietiging op grond van art. 2:7 BW. Groenewald 2001, p. 201; Timmerman 2001, p. 45-46.
Jager, VrA 2007/1, p. 10; Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 231-232.
Rb. Rotterdam 26 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5310, JIN 2013/176, r.o. 4.7.
Vgl. Rozenblum-criteria.
Jager, VrA 2007/1, p. 13; Olaerts, TvOB 2009a, p. 74-84, p. 77.
Rb. Arnhem 28 december 1987, KG 1988, 37 (Amstelland); HR 07 februari 1992,ECLI:NL:HR:1992:ZC0502, NJ 1992/438 (Astro). Oostwouder 1996 p. 345; Jager, VrA 2007/1,p. 11; Oostlander, JIN 2013/176.
Voor een behandeling van de betreffende rechtspraak, ook niet gepubliceerde rechtspraak, zie Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 232-235.
De rechtspersoon is een organisatie met een doelomschrijving. Volgens de literatuur en de wetsgeschiedenis wordt onder het doel in de zin van art. 2:7 BW het statutaire doel verstaan.1 Rechtshandelingen die worden verricht door de rechtspersoon en buiten haar doelomschrijving vallen, zijn te vernietigen door de rechtspersoon met een beroep op doeloverschrijding. Een voorwaarde hierbij is dat de wederpartij weet of zonder eigen onderzoek moet weten dat de rechtshandeling in strijd is met het statutaire doel van de vennootschap.
Het statutaire doel vormt het kader van de handelingen van de rechtspersoon. Art. 2:7 BW draagt bij aan de begrenzing van dat statutaire doel.2 Hierbij heeft de Hoge Raad bepaald dat voor beantwoording van de vraag of er bij bepaalde rechtshandelingen sprake is van doeloverschrijding, zowel de statutaire doelomschrijving als alle overige omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen.3 In het bijzonder moet gekeken worden of met de betrokken rechtshandeling het belang van de vennootschap is gediend.4 Ook de concernverhoudingen spelen bij deze afweging een rol van betekenis.5
Kort gesteld moet de statutaire doelomschrijving worden uitgelegd in het licht van de redelijkheid en billijkheid, de belangen en aard van de rechtspersoon en het kader waarbinnen de rechtspersoon functioneert.6 Hierbij bestaan in de literatuur twee lezingen over de verhouding tussen het vennootschappelijk belang en het statutaire doel: de nominale leer en de intrinsieke leer.7
In de intrinsieke leer is ruimte weggelegd voor een derogerende werking van het vennootschapsbelang.8 Het vennootschappelijk belang is in deze leer een optelsom van alle bij de vennootschap betrokken deelbelangen in een specifiek geval. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld het werknemersbelang, het belang van de aandeelhouders of het concernbelang onderdeel zijn van het vennootschappelijk belang. Handelingen die kennelijk in strijd zijn met het vennootschapsbelang, zijn in strijd met het doel van de vennootschap. Hierbij maakt het niet uit hoe ruim de omschrijving van het statutaire doel van een vennootschap is geformuleerd. Zo zou een doelomschrijving die aan het concernbelang dermate prioriteit geeft dat de concernvennootschap zich geheel en zonder enig voorbehoud garant stelt voor de concernschulden, de toets met het vennootschappelijk belang niet kunnen doorstaan. Anders gesteld, een beroep op doeloverschrijding is te rechtvaardigen wanneer een concernvennootschap zekerheid geeft die niet in lijn is met de omvang van haar eigen vermogen en zij daarbij zelf niet of nauwelijks profijt trekt van het verleende krediet.9
De nominale leer gaat ervan uit dat een heldere statutaire doelomschrijving niet gevoelig is voor een derogerende werking van het vennootschappelijk belang.10 De letterlijke tekst van de statutaire doelomschrijving is in beginsel leidend in de afweging of er in een concreet geval sprake is van doeloverschrijding. Hierbij worden de zogenoemde secundaire handelingen ook tot het statutaire doel gerekend. Dit zijn handelingen die niet expliciet in het statutaire doel worden omschreven, maar redelijkerwijs uit de doelomschrijving voortvloeien of tot de noodzakelijke werkzaamheden behoren. Hiertoe behoort ook het geven van zekerheid voor schulden van derden.11 De nominale leer vindt aansluiting bij het Playland-arrest12 vanwege de rol die de redelijkheid en billijkheid speelt in de begrenzing van het toepassingsbereik van de leer. De dochter kan zonder risico van doeloverschrijding zekerheid bieden voor de concernschuld, zolang de continuïteit van de dochter maar niet in gevaar komt.13
De meeste concernvennootschappen zullen, al dan niet aangespoord door banken, een concernclausule opnemen in hun statuten. De uitwerking van zo’n clausule op de doelomschrijving van de moedervennootschap is als volgt. In de doelomschrijving van de moedervennootschap wordt dan opgenomen dat zij haar doel kan nastreven door het oprichten van, deelnemen in, het voeren van beheer over, samenwerken met en het financieren van rechtspersonen, waarbij zij het beleid van die andere vennootschappen zal coördineren en op elkaar afstemmen. Ook de doelomschrijving van een dochtervennootschap wordt beïnvloed door het gebruik van een concernclausule. Doorgaans wordt opgenomen dat de dochtervennootschap mede tot doel heeft om de belangen te dienen van de moedervennootschap en van de met haar in het concern verbonden vennootschappen. Ook wordt vaak vermeld dat de dochter tegen deze achtergrond een van de moedervennootschap afhankelijke vennootschap is. Deze tekst kan worden aangevuld met zinsneden inzake het verstrekken van zekerheden, al dan niet voor schulden van anderen en/of het aangaan en verstrekken van geldleningen. Om al hetgeen wat wellicht niet in de doelstelling staat, maar daar wel in had gemoeten gedekt te hebben, wordt doorgaans afgesloten met de alomvattende zin, ‘de vennootschap heeft ten doel: al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn’.14 In dit licht fungeert als contra-indicatie het uitdrukkelijk statutair uitsluiten van zekerheidstelling door de dochtervennootschap voor de schulden van andere ondernemingen.15
Al met al lijkt het op deze wijze ‘dichttimmeren’ van de doelomschrijving geen ruimte te laten voor een geslaagd beroep op doeloverschrijding. Desalniettemin is het de vraag wat de waarde is van de tekstdelen uit de voorgaande alinea in het licht van één van de belangrijkste verplichtingen van de vennootschap: het waarborgen van het voortbestaan van de vennootschap. Wanneer de vennootschap rechtshandelingen verricht waardoor het voorzienbaar is dat de onderneming in haar voortbestaan wordt bedreigd, wordt de rechtshandeling geacht in weerspraak te zijn met het vennootschappelijk belang en haar statutaire doel. Zou het aangaan van hoofdelijke aansprakelijkheid leiden tot zo’n situatie, dan zou een beroep op doeloverschrijding kunnen slagen. Het maakt daarvoor niet uit of het bieden van zekerheid voor de concernschuld letterlijk is opgenomen in het statutaire doel of dat dit is aan te merken als een secundaire handeling.16
Het in zwaar weer verlenen van hoofdelijke aansprakelijkheid kan leiden tot doeloverschrijding van de vennootschap in kwestie.17 Het gegeven dat de hoofdelijk aansprakelijke vennootschap een regresvordering krijgt wanneer hij wordt aangesproken door de schuldeiser, zal gewoonlijk niet tot een ander oordeel leiden. Immers, een eventuele regresvordering van de vennootschap is achtergesteld bij de vorderingen van de bank. Pas als de vorderingen van de bank zijn voldaan, komt de vennootschap toe aan haar regresvordering. Het is zeer twijfelachtig of er in dat geval bij de hoofdelijke medeschuldenaren nog genoeg vermogen resteert om de regresvordering te voldoen. Het is in een dergelijk geval voorstelbaar dat er concernvennootschappen failleren en als gevolg van een domino-effect ook de andere concernvennootschappen meeslepen in een deconfiture.
Deze kanttekening gemaakt hebbende; gewoonlijk is een succesvol beroep op doeloverschrijding minder waarschijnlijk wanneer (I) tussen concernvennootschappen de financiële verwevenheid toeneemt; (II) de concernvennootschappen profijt hebben van de financiële kruisverbanden; en (III) de hoofdelijke aansprakelijkstelling op basis van reciprociteit plaatsvindt.18 Op grond van (de spaarzame) rechtspraak lijkt een beroep op doeloverschrijding inzake het geven van zekerheden voor de concernfinanciering, niet snel te worden toegekend. Doorgaans vanwege de functie die een vennootschap heeft in een concern (de moedervennootschap is nu eenmaal verantwoordelijk voor een degelijke financiering van het concern) en vanwege de synergievoordelen die het concernverband aan de concernvennootschappen wordt geacht te leveren.19