Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.11.3:6.11.3 Uitzonderingen op de publicatieplicht namen van bestuurders
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.11.3
6.11.3 Uitzonderingen op de publicatieplicht namen van bestuurders
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633854:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 12 juli 2013, Stcrt. 2013, 20451, p. 5.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 12 juli 2013, Stcrt. 2013, 20451, p. 5.
M. Tydeman-Yousef 2013.
Brief staatssecretaris van 16 juli 2013, Kamerstukken II 2012/13, 32740, nr. 16, p. 1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De fiscale verplichting voor anbi’s om de namen van hun bestuurders op een internetsite te vermelden betreft het statutair bestuur en niet de leden van het beleidsbepalende orgaan van de anbi.1 Deze verplichting bestaat naast de verplichte registratie in het Handelsregister en de UBO-registratie, zoals ik die heb besproken in hoofdstuk 5 Civielrechtelijk perspectief. De fiscale publicatieplicht bevat twee uitzonderingen (art. 1a, lid 7, onderdeel f Uitv.reg. AWR 1994). Allereerst hoeven kerkgenootschappen, hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd die namen niet bekend te maken, omdat het vermelden van de bestuurdersnamen feitelijk neerkomt op het opnemen van hun geloofsovertuiging (art. 1a, lid 7, onderdeel f, onder 1e Uitv.reg. AWR 1994). De geloofsovertuiging van bestuursleden komt immers in het grootste deel van de gevallen overeen met de signatuur van het kerkgenootschap.2 Het publiceren van de geloofsovertuiging zou in strijd komen met het recht op privacy, dat in beginsel niet toestaat dat de geloofsovertuiging van een persoon in een register wordt bijgehouden. Merkwaardig is dat de staatssecretaris deze uitzondering beperkt tot de rechtsvorm kerkgenootschap en niet van toepassing verklaart op religieuze organisaties met een andere rechtsvorm.3 Zo staat voor een geloofsgemeenschap met de rechtsvorm stichting of vereniging geen mogelijkheid open om zich te beroepen op deze uitzondering.
De tweede uitzondering geldt voor de namen van instellingen waarvoor de inspecteur op verzoek van de instelling ontheffing verleent omdat is aangetoond dat publicatie van de namen van bestuurders een reëel gevaar oplevert voor de persoonlijke veiligheid van deze bestuurders of van hun familieleden (art. 1a, lid 7, onderdeel f, onder 2e Uitv.reg. AWR 1994). De uitzondering blijkt slechts voor een zeer beperkte groep vermogensfondsen te gelden.4 Het is echter niet duidelijk aan de hand van welke criteria het reële gevaar wordt gemeten.
6.11.3.1 Impact UBO-registratie