Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.3.7
6.3.7 Conclusies en aanbevelingen uit het WODC-onderzoek
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395514:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), 'Rechtsvorm en gebruik van LLP's en LLC's; onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Ministerie van Justitie', Deventer: Kluwer, blz. XIII.
Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), supra noot 58, blz. 101.
Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), supra noot 58, blz. XIII.
Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), supra noot 58, blz. XVI en blz. 97.
Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), supra noot 58, blz. XIII.
Blanco Femández, J.M. en M. van Olffen (2007), supra noot 58, blz. 103.
De belangrijkste conclusie uit het WODC-onderzoek sluit aan bij het standpunt van de minister namelijk dat de bruikbaarheid van het Nederlandse ondernemingsrecht kan worden verbeterd zonder dat nieuwe rechtsvormen worden ingevoerd.1 De onderzoekers benadrukken dat deze keuze voor een belangrijk deel afhankelijk is van subjectieve inzichten en daarnaast samenhangt met het gegeven dat bepaalde zaken in het wetsvoorstel flex-BV nog moeten worden aangepast.2 De onderzoekers adviseren bijvoorbeeld het proces van flexibilisering van het ondernemingsrecht verder te voeren dan nu het geval is.3 Zij bevelen aan om meer vrijheid aan de gebruikers van rechtsvormen te bieden zodat zij de rechtsvorm naar eigen inzicht kunnen inrichten. Voor het BV-recht vinden zij dat er aanleiding is tot bezinning over het uitgangspunt dat dit recht in beginsel dwingend hoort te zijn (artikel 2:25 BW).4 Daarnaast adviseren zij nader onderzoek te doen naar de combinatie van beperkte aansprakelijkheid en fiscale transparantie in één rechtsvorm.5 Over het vasthouden aan de huidige rechtsvormen met het oog op de vertrouwdheid hiermee, zeggen de onderzoekers dat het kan leiden tot verstarring, inefficiëntie en onbillijke verhoudingen. De bepaling van het juiste midden tussen verstarring en activisme achtten zij echter niet hun taak.6
In het Wetsvoorstel flex-BV wordt vastgehouden aan de huidige wetsystematiek van dwingend recht en niet voor een model dat ervoor zou kunnen zorgen dat een nieuwe rechtsvorm achterwege gelaten kan worden.7 In de volgende paragrafen ga ik na of de one-size-fits-all flex-BV samen met de personenvennootschapvormen wel de gewenste combinaties van vennootschapstructuren, aansprakelijkheidsregelingen en fiscale classificaties bieden aan het MKB en de beoefenaren van het vrije beroep. Daarna kom ik bij de vragen of een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid, in weerwil van het standpunt van de minister van Justitie, toch niet gewenst is en op welke wijze een dergelijke rechtsvorm in de nieuwe vennootschapswetgeving een plaats zou kunnen krijgen.