Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/5.2.1
5.2.1 Abstract stelsel
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS389502:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Mugdan III, p. 1.
Zie Mugdan III, p. 4. Met zijn abstracte stelsel van overdracht wijkt het Duitse recht af van het Nederlandse recht dat uitgaat van een causaal stelsel, dat wil zeggen dat voor de overdracht een levering krachtens een geldige obligatoire rechtsbetrekking is vereist. Zie HR 5 mei 1950, NJ 1950/1 (Damhof/Staat). Meijers hing aanvankelijk het abstracte stelsel aan, maar heeft zich gevoegd naar de uitspraak van de Hoge Raad. Zie PG Boek 3 BW, p. 317. Vgl. art. 3:84 BW.
Zie Savigny III, p. 312. Overigens kan vanuit deze optiek worden gesteld dat in een causaal stelsel als het Nederlandse het vereiste van de goederenrechtelijke overeenkomst overbodig is omdat als vereiste voor een eigendomsoverdracht reeds een obligatoire rechtshandeling die tot overdracht verplicht – een geldige titel – wordt voorgeschreven.
Het eerste ontwerp (§ 874) schreef als vereiste voor de eigendomsoverdracht voor een Vertrag inhoudende de wilsverklaring van partijen dat de eigendom op de verkrijger overgaat. Om verwarring met het obligatoire Vertrag te voorkomen, wijzigde de tweede commissie het vereiste in Einigung (beide darüber einig sind). Zie Mugdan III, p. 623-624.
Zie Mugdan III, p. 4, waar wordt verwezen naar D. 41,1,31 pr. De in deze tekst genoemde iusta causa praecedens moet niet worden gezien als een constitutief vereiste voor overdracht, maar deze aan de overdracht ten grondslag liggende verbintenis is wel handzaam om de op eigendomsoverdracht gerichte wil te bewijzen. Deze opvatting van Savigny is overgenomen door Windscheid en vervolgens bij de wetgevingscommissie terecht gekomen. Zie Windscheid/Kipp I (1906), p. 884, voetnoot 5.
Onder de overheersende invloed van Bernhard Windscheid volgde de wetgevingscommissie nauw het pandektensysteem. Geheel in lijn met zijn gezaghebbende Lehrbuch des Pandektenrechts kende de commissie aan het Sachenrecht een zelfstandig boek toe naast het Allgemeiner Teil, Schuldrecht, Familienrecht en Erbrecht. De zelfstandige plaats die men het zakenrecht toebedeelde, berust op het wezenlijke onderscheid tussen verbintenissenrecht en zakenrecht.1 Aan de hand van dit onderscheid dat overigens in andere wetgevingen zoals het ALR en de Code civil lang niet zo scherp was getrokken, kan het in Duitsland geldende abstracte stelsel van eigendomsoverdracht worden verklaard. De vraag of een eigendomsoverdracht tot stand is gekomen – een goederenrechtelijk vraagstuk – moet namelijk worden geabstraheerd van de vraag naar de geldigheid van de titel die bestaat uit rechtshandelingen die in een ander deel van het rechtssysteem gestalte krijgen, te weten het verbintenissenrecht.2 De rechtsgrond voor de overdracht moet daarom in het zakenrecht worden gevonden. Hiertoe is door Savigny het dingliche Vertrag (goederenrechtelijke overeenkomst) ontworpen.3 Deze overeenkomst moet worden gezien als de op overdracht gerichte wilsovereenstemming die als vereiste voor een rechtsgeldige overdracht aan de bezitsverschaffing wordt gekoppeld.4 De andersluidende opvatting dat de op eigendomsoverdracht gerichte wil van partijen niet in de levering maar in de verbintenisrechtelijke overeenkomst besloten ligt, werd door de wetgevingscommissie toegeschreven aan een onjuiste uitleg van een Digesten-fragment waarin is bepaald dat bezitsverschaffing de eigendom alleen doet overgaan indien daaraan een afdoende rechtsgrond ten grondslag ligt.5