Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.6.2
11.7.6.2 Dezelfde vervoerswijze
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258481:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Oorspronkelijk stond in artikel 138, lid 1, UDWU ‘met hetzelfde vervoersmiddel’. Ter verduidelijking is dit aangepast naar ‘via dezelfde vervoerswijze’, zo volgt uit: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/989 van de Commissie van 8 juni 2017 tot rectificatie en wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, PB L 149 van 13.6.2017, p. 19-56.
Indien goederen in een container wordt vervoerd per schip en opvolgend per vrachtwagen, dan is geen sprake van ‘hetzelfde vervoersmiddel’. Immers, containervervoer is niet aan te merken als een soort vervoersmiddel in de zin van artikel 138, lid 1, UDWU. Vergelijk HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-17/89 (Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost tegen Deutsche Olivetti GmbH), ECLI:EU:C:1990:238.
Voor de evenredige verdeling geldt voor spoorvervoer nog een vereenvoudiging die aansluit bij de gebruikelijke handelspraktijken. Normaal gesproken zouden de vervoerskosten tot de plaats waar het douanekantoor van binnenkomst is gevestigd (plaats van binnenkomst bij spoorvervoer) bijgeteld moeten worden. Indien bij de factuur een vrachtbrief overgelegd wordt, waarin overeenkomstig de internationale conventies voor het vervoer per spoor, de vrachtkosten zijn gesplitst in een bedrag voor het vervoer vanaf de plaats van vertrek tot het tariefgrenspunt en een bedrag voor het vervoer vanaf dat punt tot de plaats van bestemming, hoeven de vrachtkosten voor het traject tussen het tariefgrenspunt en het eerste douanekantoor niet in aanmerking te worden genomen. Conclusie 6 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende de splitsing van de transportkosten voor per spoor vervoerde goederen.
HvJ EEG 14 februari 1980, nr. 84/79 (Richard Meyer-Uetze KG tegen Hauptzollamt Bad Reichenhall), ECLI:EU:C:1980:45.
Gelet op de omvang van bepaalde landen en de invloed daarvan op de af te leggen afstand tot aan het douanegebied van de Europese Unie, maakt het voor Canada, Rusland en de Verenigde Staten uit wat de plaats van verzending is voor de vaststelling van het toepasselijk verdelingspercentage.
Commentaar 9 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende de verdeling van de luchtvrachtkosten (overeenkomstig bijlage 23-02 UDWU).
Indien dezelfde vervoerswijze (lees: met hetzelfde vervoersmiddel)1 wordt gebruikt om de goederen te vervoeren moet een evenredige onderverdeling worden gemaakt tussen het vervoer tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Europese Unie en het vervoer dat verder binnenwaarts is gelegen.2/3 Indien dit ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond, mag ook worden uitgegaan van de vrachtkosten die volgens een standaardtarief verschuldigd zouden zijn voor het vervoer van de goederen naar de plaats waar de goederen het douanegebied van de Europese Unie worden binnengebracht. De vrachtkosten die volgens een standaardtarief worden vastgesteld, zijn niet noodzakelijk voor alle plaatsen van bestemming in het douanegebied van de Europese Unie uniform.4 Afhankelijk van de afstand van de plaats van binnenkomst tot de plaats van de eindbestemming zal een ander standaardtarief gelden.
Een uitzondering op de hiervoor beschreven wijze van kostenverdeling, vormt de situatie dat sprake is van luchtvervoer. Artikel 138, lid 2, UDWU schrijft voor dat bij luchtvervoer de luchtvrachtkosten, met inbegrip van de kosten van expressieleveringen, overeenkomstig bijlage 23-01 worden vastgesteld. Bijlage 23-01 geeft aan welk percentage van de gehele luchtvracht bijgeteld moet worden, waarbij het percentage afhankelijk is gesteld van het land van verzending of, in voorkomende gevallen, de plaats van verzending.5 De situatie kan zich voordoen dat goederen per luchtvervoer naar het douanegebied van de Europese Unie worden getransporteerd en er sprake is van twee of meer opeenvolgende vluchten met verschillende luchtvaartmaatschappijen. Afgaand op bijlage 23-01 moet in een dergelijk geval worden aangesloten bij de laatste luchthaven buiten de Europese Unie voor het bepalen van het toepasselijk verdelingspercentage. Dit is anders als gebruik wordt gemaakt van één luchtvrachtbrief en het vervoer enkel wordt onderbroken om logistieke redenen. Op dat moment wordt voor het bepalen van het verdelingspercentage in bijlage 23-01 aangesloten bij de oorspronkelijke luchthaven van vertrek.6