Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/6.3.2.4
6.3.2.4 Emergent Capital Investment Management, LLC v. Stonepath Group, Inc.
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655835:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ik wijs erop dat deze uitspraak in de (in § 6.3.3 te bespreken) uitspraak Dura Pharmaceuticals Inc. v. Broudo met instemming door de Supreme Court wordt aangehaald.
Emergent Capital Inv. Mgmt., LLC v. Stonepath Group, Inc., 343 F.3d 189, 198 (2d Cir.2003).
Emergent Capital Inv. Mgmt., LLC v. Stonepath Group, Inc., 343 F.3d 189, 198 (2d Cir.2003).
Emergent Capital Inv. Mgmt., LLC v. Stonepath Group, Inc., 343 F.3d 189, 198-199 (2d Cir.2003).
Lentell v. Merrill Lynch & Co., Inc, 396 F.3d 161 (2d Cir. 2005). Zie over deze uitspraak ook Ryan 2005.
Ruim twee jaar na Suez Equity wijst de Second Circuit in 2003 de bekende uitspraak Emergent Capital Investment Management, LLC v. Stonepath Group, Inc (hierna: ‘Emergent Capital’).1,2 Dit is een belangrijke uitspraak, omdat de Second Circuit hierin gedeeltelijk lijkt terug te komen op Suez Equity. De eisende belegger in deze zaak, Emergent Capital Investment Management (‘Emergent’), is als gevolg van misleidende informatie bewogen (preferente) aandelen te kopen in vennootschap NETV. De misleiding bestond eruit dat de bestuurders van NETV, gedaagden Andrew Panzo en Lee Hansen, bij de onderhandelingen voorafgaand aan de aankoop hadden verzwegen dat Panzo in het verleden bij verschillende beleggingsprojecten betrokken is geweest die uiteindelijk zijn mislukt. Deze projecten had Panzo ondernomen met een zekere Howard Appel. Voor deze Appel geldt al een aantal jaren een beroepsverbod, wat betekent dat hij niet meer binnen de financiële sector (beroepsmatig) actief mag zijn. Volgens Emergent fungeerde Appel binnen NETV als feitelijk leidinggevende en dat is haar bij de onderhandelingen ten onrechte niet verteld. Emergents belegging in NTV is uiteindelijk in rook op gegaan en zij houdt onder meer Appel en Panzo aansprakelijk voor het door haar geleden beleggingsverlies. Het processuele debat draait wederom om loss causation. Volgens de appelrechter heeft de belegger de loss causation-eis verkeerd begrepen:3
‘Plaintiff’s allegation of a purchase-time value disparity, standing alone, cannot satisfy the loss causation pleading requirement. By claiming that it incorrectly appraised the value of NETV securities and purchased them at an inflated price, Emergent simply asserts that, had it known about Panzo’s investment history and about NETV’s ties to Appel, it would not have agreed to buy NETV’s stock at the offering price. Hence, its “investment quality” allegation amounts to nothing more than a paraphrased allegation of transaction causation. While it may explain why plaintiff purchased the NETV’s stock, it does not explain why it lost money on the purchase, the very question that the loss causation allegation must answer.’ (curs. ACWP)
Vervolgens oordeelt de appelrechter dat de belegger ook de uitspraak Suez Equity verkeerd heeft begrepen.4
‘In its misplaced reliance on Suez Equity, appellant overlooks a crucial aspect of that decision. There, defendants, in soliciting plaintiffs’ investment in a company, gave plaintiffs an edited version of a background report on one of the company’s principal executives. (…) Plaintiffs claimed that the concealed events reflected the executive’s inability to manage debt and maintain adequate liquidity. (…) Plaintiffs also alleged that their investment ultimately became worthless because of the company’s liquidity crisis and expressly attributed that crisis to the executive’s inability to manage the company’s finances.
(…)
Thus, the Suez Equity plaintiffs did not merely allege a disparity between the price they had paid for the company’s securities and the securities’ “true” value at the time of the purchase. Rather, they specifically asserted a causal connection between the concealed information – i.e., the executive’s history – and the ultimate failure of the venture.’ (curs. ACWP)
Daarna legt de appelrechter uit hoe de Suez Equity-uitspraak wel moet worden begrepen.5
We did not mean to suggest in Suez Equity that a purchase-time loss allegation alone could satisfy the loss causation pleading requirement. To the contrary, we emphasized that the plaintiffs had also “adequately alleged a second, related, loss – that [the executive’s] concealed lack of managerial ability induced [the company’s] failure”.’ (curs. ACWP)
Het belang van deze uitspraak is erin gelegen dat de appelrechter aan de loss causation-eis in dit geval een aanzienlijk strengere invulling geeft dan hij deed in de eerdergenoemde uitspraak Suez Equity. Voor het aannemen van loss causation is niet (langer) reeds voldoende dat (kan worden vastgesteld dat) de misleidende informatie op het moment van aankoop de prijs van de litigieuze effecten heeft opgedreven. Er is pas sprake van loss causation als (achteraf kan worden vastgesteld dat) de factoren waarop de misleiding betrekking had, er daadwerkelijk toe hebben geleid dat de effecten in waarde zijn gedaald. Waar de eerdergenoemde Suez Equity-uitspraak dus nog op twee gedachten leek te hinken – voor (het oordeel over) loss causation mocht zowel een ex ante- als een ex post-perspectief worden gehanteerd – kiest de Second Circuit hier duidelijk voor een enkelvoudige benadering. Loss causation mag alleen worden aangenomen als de misleiding ex post heeft geresulteerd in een beleggingsverlies.