De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.3.10:3.3.10 Rechtsmiddelen
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.3.10
3.3.10 Rechtsmiddelen
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197738:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Richtlijn schrijft geen dwingende beroepsmogelijkheid voor, enkel dat wanneer lidstaten beroepsmogelijkheden opnemen in hun nationale wetgeving hoger beroep tegen de beslissing tot homologatie van het akkoord of de afwijzing ervan, wordt ingesteld bij een hogere rechterlijke instantie.1 Een hoger beroep schorst in beginsel niet de implementatie van het akkoord. De lidstaten mogen de beroepsgronden bepalen of beperken.2 Hoger beroep is mogelijk in Engeland.3 Dit is eveneens het geval in Duitsland, zij het dat hoger beroep enkel is toegestaan wanneer de appellant aannemelijk kan maken dat hij door het akkoord in een wezenlijk slechtere positie komt te verkeren dan zonder het akkoord.4 De WHOA sluit daarentegen beroep geheel uit.5 Dit is mijns inziens niet wenselijk. Een akkoord kan immers tegen de wil van schuldeisers en aandeelhouders hun rechten en belangen wijzigen. Hier ga ik in paragraaf 6.5.10 uitgebreid op in.