Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.5
9.5 De parlementaire behandeling van het Stabiliteitsverdrag
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457703:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het Stabiliteitsverdrag, dat was ondertekend op 2 maart 2012, trad in werking op 1 januari 2013. De Tweede Kamer behandelde de goedkeuringswet bij het Stabiliteitsverdrag in maart 2013. Voor de inwerkingtreding van het Stabiliteitsverdrag op 1 januari 2013 gold op grond van artikel 14, tweede lid, Stabiliteitsverdrag de voorwaarde dat ten minste twaalf eurolanden het verdrag hadden bekrachtigd.
Artikel 14, derde lid, Stabiliteitsverdrag.
Titel V over het bestuur van de eurozone is daarbij uitgezonderd. Deze titel is op grond van artikel 14, vierde lid, Stabiliteitsverdrag van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding voor alle lidstaten die het verdrag hebben ondertekend.
De vraag of het Stabiliteitsverdrag in overeenstemming is met de Grondwet, kwam bij de parlementaire behandeling van de goedkeuringswet niet aan de orde. Zie hierover wel: Warmelink 2013; Van Rossem 2013.
Op grond van artikel 91, eerste lid, Gw dienden de Staten-Generaal goedkeuring te verlenen aan het Stabiliteitsverdrag. Opvallend aan de behandeling van de goedkeuringswet was dat die pas plaatsvond nadat het verdrag al in werking was getreden.1 Wel regelde het verdrag zelf dat het, ook na inwerkingtreding, nog niet van toepassing was op eurolanden die het nog niet bekrachtigd hadden.2 Die toepasselijkheid zou pas gelden vanaf de eerste dag van de maand volgend op de nederlegging van de akte van bekrachtiging.3 Dat de goedkeuring van het verdrag enige tijd op zich liet wachten, had overigens geen specifieke reden. Voor een grondige wetsprocedure bleek deze periode simpelweg nodig.
Bij de parlementaire behandeling van de goedkeuringswet kwamen drie punten naar voren die ik hieronder bespreek.4 Allereerst ga ik in op de gevolgen van het Stabiliteitsverdrag voor het nationale begrotingsproces. Vervolgens behandel ik de verhouding tussen het intergouvernementele Stabiliteitsverdrag en het Unierecht. Tot slot bespreek ik de hierboven genoemde Wet HOF, die zowel de richtlijn uit het six-pack omzet als een uitwerking is van het Stabiliteitsverdrag.
9.5.1 De gevolgen van het Stabiliteitsverdrag voor het nationaal begrotingsproces9.5.2 De verhouding tussen het Stabiliteitsverdrag en het Unierecht9.5.3 De Wet HOF9.5.4 Tussenconclusie