Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.7.4:8.3.7.4 Het verschil in uitwerking tussen bepaaldheid van het voorwerp van de overeenkomst en van het voorwerp van de levering of vestiging
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.7.4
8.3.7.4 Het verschil in uitwerking tussen bepaaldheid van het voorwerp van de overeenkomst en van het voorwerp van de levering of vestiging
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS415979:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van der Linden 1806, I,XIV,IV, p. 122.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eenvoud waarmee de rechter kan vaststellen welke goederen zijn overgedragen of bezwaard, is afhankelijk van de wijze van levering of vestiging. Soms gaat de levering of vestiging gepaard met de feitelijke overgave van een zaak, waardoor het voorwerp van de beschikking voldoende wordt bepaald. Een vervreemder kan de levering van roerende zaken bijvoorbeeld voltooien door feitelijke overgave van de zaak zoals een pandgever de vestiging van een vuistpandrecht kan voltooien. Deze leverings- en vestigingshandeling laten er geen onduidelijkheid over bestaan welke goederen zijn geleverd of bezwaard. Wanneer een schuldenaar bijvoorbeeld verplicht is om een trekpaard tussen de drie tot vijf jaar oud in vuistpand te geven en hij vervolgens de leidsels van een vierjarig trekpaard in de handen van de schuldeiser geeft, bestaat er geen onduidelijkheid over de beantwoording van de vraag welk goed de schuldenaar in vuistpand heeft gegeven.
Een rechter moet andere informatie verzamelen in het geval de levering of vestiging niet met de feitelijke overgave gepaard gaat, maar via de levering constituto possessorio of in het geval van de vestiging van een stil pandrecht op roerende zaken. Bij deze leverings- en vestigingswijzen valt vaak het moment waarop de verbintenis ontstaat om te leveren of te vestigen samen met het moment waarop de levering en vestiging geschieden. De bepaaldheid van het voorwerp van de overeenkomst kan samenvallen met de bepaaldheid van het voorwerp van de levering of vestiging, maar dat hoeft niet. Zo is de contractuele verplichting om een veulen van een bepaald ras te geven voldoende bepaald, ook als de schuldenaar meer veulens van hetzelfde ras rond heeft lopen of deze veulens in de toekomst nog geboren zullen worden.1 Het gaat er om dat partijen op het moment van levering kunnen vaststellen of de vervreemder aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Indien een koopovereenkomst of pandovereenkomst bepaalt dat een veulen van een specifiek ras is geleverd (constituto possessorio) of is verpand (stil pandrecht), dan is daarmee niet gezegd dat het veulen in eigendom is overgedragen of met een pandrecht bezwaard. Bijvoorbeeld in de situatie waarin de schuldenaar meer veulens van hetzelfde ras heeft rondlopen of de veulens nog geboren moeten worden. Om vast te stellen welk dier is geleverd of verpand, moet andere informatie dan de bewoordingen van de overeenkomst uitsluitsel bieden. Te denken valt aan het afzonderen van een veulen van de rest van de veulens of door het veulen te brandmerken.
De verbintenis om te leveren of vestigen kan met andere woorden weliswaar bepaald zijn, maar voor een beschikking met goederenrechtelijke werking is onder omstandigheden meer nodig dan alleen deze verbintenisrechtelijke bepaaldheid. In het hierboven beschreven voorbeeld is de individualiseerbaarheid van het veulen vereist. De enkele afspraak dat is geleverd (constituto possessorio), is hiervoor onvoldoende. Voor de vaststelling welke goederen zijn overgedragen of bezwaard, is noodzakelijk dat de leverings- of vestigingshandeling naar analogie van de titel een bepaalbaar voorwerp heeft. Of het voorwerp bepaalbaar is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Voor zover de leverings- of vestigingshandeling slechts voor partijen kenbaar is, moeten partijen zelf kunnen vaststellen welke goederen zijn overgedragen of bezwaard. Indien hierover discussie bestaat, moest in laatste instantie de rechter de vaststelling kunnen maken.