Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.1.c:6.6.1.c Uitvoeringskosten van het kenbaarmakingsbeginsel
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.1.c
6.6.1.c Uitvoeringskosten van het kenbaarmakingsbeginsel
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362951:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uitvoering geven aan het kenbaarmakingsbeginsel kost de overheid geld. Het horen van belastingplichtigen vereist de inzet van mensen en middelen. Het belastingrecht zorgt, naast de incidentele beschikkingen, voor een groot aantal jaarlijks terugkerende besluiten. Het horen van alle belastingplichtigen ten aanzien van alle bezwarende besluiten gaat dan gepaard met hoge kosten. Uit het arrest Molenheide is af te leiden dat kosten een rol kunnen spelen bij de weging van concurrerende beginselen.1 Maar de wezenlijke inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel moet wel worden geëerbiedigd. Pauwels overweegt dat terughoudendheid op zijn plaats is wanneer het financiële belang het enige of het belangrijkste aangevoerde tegenbelang is. Hij vindt het onbevredigend als wordt afgezien van een eerbiedigende werking enkel vanuit het argument dat geen financiële ruimte bestaat. Mijns inziens heeft Pauwels op dit punt groot gelijk en verzet artikel 52 van het Handvest zich tegen een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel op de enkele grond dat aan de uitvoering van een rechtsbeginsel kosten zijn verbonden. De uitvoering van het kenbaarmakingsbeginsel zal namelijk altijd geld kosten en het achterwege laten van het horen in de voorfase uit enkel financiële overwegingen leidt er feitelijk toe dat geen sprake is van eerbiediging van de wezenlijke inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel. Het accepteren van dit argument zou tot gevolg hebben dat de belastingdienst het kenbaarmakingsbeginsel integraal buiten spel kan zetten. Deze benadering vindt bevestiging in het arrest Lisrestal van het Hof van Justitie.2 In dit arrest kwam naar voren dat het voor de Commissie moeilijk was direct in contact te treden met de belanghebbenden. Het Hof van Justitie overweegt dat een argument van praktische aard op zich niet kan volstaan om de schending te rechtvaardigen van een fundamenteel beginsel, zoals de eerbiediging van het recht van verweer. Overigens doet vorenstaande niet af aan het feit dat de belastingdienst het kenbaarmakingsbeginsel zo kosteneffectief mogelijk mag inrichten. De uitvoeringskosten van het kenbaarmakingsbeginsel zijn aan het begingewicht van het kenbaarmakingsbeginsel gekoppeld. Deze kosten houden echter ook een tegenbelang in zich, zodat de kosten ook van invloed kunnen zijn op het gewicht van het met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginsel (beperken van de kosten). Duidelijk is dat aan het concurrerende beginsel een klein gewicht moet worden toegekend. Het argument van de kosten alleen is niet voldoende om het kenbaarmakingsbeginsel te beperken. In paragraaf 6.6.2.d wordt duidelijk dat deze kosten in combinatie met andere argumenten, zoals efficiëntie, wel maken dat het kenbaarmakingsbeginsel kan worden beperkt.