De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.2.3:4.8.2.3 Voortgezet onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.2.3
4.8.2.3 Voortgezet onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949668:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2.60 en 2.60a van de Wvo 2020.
Artikel 2.60 van de Wvo 2020.
Stb. 2021, 406, p. 21.
Artikel 2.60a van de Wvo 2020.
Artikel 2.60a, tweede lid, van de Wvo 2020.
Artikel 2.60b, eerste lid, van de Wvo 2020.
Stb. 2021, 206.
Stb. 2021, 206, p. 13-14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voortgezet onderwijs worden de regels over de eindexamens vastgelegd in het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting (Pta).1 Het examenreglement kan meerdere jaren gelden. Hierin worden in elk geval regels opgenomen over de organisatie van het eindexamen, de gang van zaken tijdens het eindexamen, het optreden bij onregelmatigheden, de inhaal- en herkansingsmogelijkheden en de commissie van beroep.2 Daarnaast kunnen bijvoorbeeld regels worden opgenomen over de toegestane hulpmiddelen en faciliteiten, beoordelings-, inzage- en bewaartermijnen en vrijstellingen.3
Het Pta wordt jaarlijks vastgesteld en ziet op het schoolexamen. Het bevoegd gezag kan in het Pta geen regels stellen over het centraal examen.4 In het Pta wordt in elk geval vastgelegd welke examenstof van het examenprogramma dat door de minister wordt vastgesteld wordt getoetst, welke door het bevoegd gezag vast te stellen examenstof wordt getoetst, wat de inhoud is van de toetsen, op welke wijze wordt getoetst, de tijdvakken waarbinnen de toetsen en herkansingen plaatsvinden en op basis van welke regels het cijfer tot stand komt.5 In het Pta dient duidelijk aangegeven te worden welke toetsen bijdragen aan de afsluiting van het schoolexamen.
De examencommissie stelt een voorstel op voor het examenreglement en het Pta.6 Het bevoegd gezag kan enkel afwijken van de voorstellen van de examencommissie als het hierover overleg heeft gepleegd met de examencommissie en de afwijking schriftelijk heeft gemotiveerd.7 Deze motivering wordt aan de examencommissie en de medezeggenschapsraad verstrekt. Bij het vaststellen van het examenreglement en het Pta heeft de medezeggenschapsraad van de school instemmingsrecht.8 Pas nadat de medezeggenschapsraad heeft ingestemd met het voorstel, kan het bevoegd gezag het examenreglement of het Pta vaststellen. De examensecretaris is belast met de uitvoering van het examenreglement en het Pta.9
Het bevoegd gezag heeft een ruime mate van beleidsruimte om in het Pta te bepalen welke stof wordt getoetst bij het schoolexamen. Met het schoolexamen wordt beoogd scholen eigen ruimte te bieden om een deel van het eindexamen op te stellen. In het examenprogramma geeft de minister aan welke delen van de stof centraal worden geëxamineerd en welke delen van de stof via het schoolexamen geëxamineerd kunnen worden. De te toetsen stof is globaal beschreven. Binnen het door de minister vastgestelde examenprogramma kan het bevoegd gezag eigen keuzes maken voor wat betreft de stof van het schoolexamen. Daarnaast kan het bevoegd gezag vaak zelf extra onderwerpen toevoegen aan het schoolexamen.
In het Pta dient het bevoegd gezag vast te leggen hoe de stof van het schoolexamen wordt getoetst. Sinds 1 augustus 2021 wordt het Pta vastgesteld door het bevoegd gezag op voorstel van de examencommissie en met instemming van de medezeggenschapsraad.10 Hiervoor stelde het bevoegd gezag het Pta nog eigenhandig vast. De examencommissie en de medezeggenschapsraad lijken hier een rol in te hebben gekregen omdat het in het verleden verschillende keren is voorgekomen dat het schoolexamen niet afgerond bleek te zijn nadat het centraal examen was afgenomen, zoals bij het VMBO Maastricht.11 Studenten konden daardoor na het afronden van het centraal examen toch geen diploma krijgen. Dit kwam mede doordat het Pta niet volledig was of omdat het niet werd nageleefd. De nieuwe taken voor de medezeggenschapsraad en de examencommissie verstevigen de totstandkoming van het Pta door de relevante partijen hierbij tijdig te betrekken.
Gezien het belang van het Pta voor gedegen schoolexaminering is het begrijpelijk dat de totstandkoming hiervan is verstevigd. Door de examencommissie het voorstel voor het Pta te laten opstellen krijgt zij echter een taak die verder gaat dan het borgen van de kwaliteit van de examens. In het Pta wordt ook vastgelegd welke stof wordt geëxamineerd. Dit raakt aan de inhoud van de examens en in het verlengde daarvan aan het onderwijs dat gegeven moet worden. De leerling moet met het onderwijs immers (onder meer) voorbereid worden op het schoolexamen. Met het doen van een voorstel voor het Pta kan de examencommissie dus de inhoud van het schoolexamen en het daarbij horende onderwijs gaan bepalen. Dit zou echter de taak van het bevoegd gezag moeten zijn. De uit artikel 23 van de Grondwet voortvloeiende vrijheid van inrichting van het onderwijs komt immers aan hem toe. Zoals toegelicht in § 3.3 valt onder deze vrijheid onder meer het bepalen van de onderwijsmethode, het vaststellen van de onderwijsdoelen en het bepalen op welke wijze wordt getoetst of de leerling deze onderwijsdoelen behaald heeft. Hoewel het begrijpelijk is dat de examencommissie betrokken wordt bij de totstandkoming van het Pta, was het gezien de vrijheid van inrichting die toekomt aan het bevoegd gezag beter geweest om de examencommissie een adviserende rol te geven.