Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.5.4.2
II.5.5.4.2 … door erflater
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623203:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld de ten tijde van zijn overlijden oudste notaris van een bepaald kantoor. Vgl. Klaassen/ Luijten & Meijer 2008 (II), nr. 346; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 679 laatste alinea.
Breemhaar 1992, nr. 240; Klaassen/Luijten & Meijer 2008 (II), nr. 346.
Vgl. de in Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 30 en 31 gemaakte driedeling ten aanzien van de vraag wie bij een verbintenis schuldeiser en wie schuldenaar kan zijn (zie paragraaf 4.3.8). Deze driedeling kan ook worden bespeurd voor wat de persoon van de executeur betreft. Executeur kunnen zijn: individueel aangewezen personen, in een bepaalde hoedanigheid aangewezen personen of vervangbaar gestelde personen. Vgl. in dit kader ook de ‘voor zich of nader te noemen meester’-clausule als bedoeld in art. 3:67 BW (zie paragraaf 4.3.8.1 en 4.3.8.4).
Om van een executeursbenoeming als bedoeld in art. 4:142 lid 1 BW te kunnen spreken, dient erflater bij uiterste wil een of meer individueel of in een bepaalde hoedanigheid aangewezen executeurs te benoemen.1 Dat kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen zijn.2
Gelet op de formulering van art. 4:142 lid 1 BW dat spreekt over ‘een of meer executeurs’, gelet op het ontbreken van woorden als ‘daarbij aangewezen’ en gelet op het verbintenisrechtelijke karakter van de executeursbenoeming, zou ten aanzien van de executeursbenoeming mijns inziens aansluiting kunnen worden gezocht bij hetgeen ik heb opgemerkt in paragraaf 4.3 over het bepaaldheidsvereiste en de verbintenis, evenals bij hetgeen ik heb opgemerkt in paragraaf 5.3 ten aanzien van het bepaaldheidsvereiste en het legaat. Dit doet art. 4:142 lid 1 BW ook expliciet voor wat mijn opmerkingen in paragraaf 4.3.8 betreft omtrent de vervangbaar gestelde persoon. Het is immers mogelijk om een executeur of kantonrechter (gesloten stelsel) een opvolgend resp. vervangende executeur te laten benoemen.3 Op deze mogelijkheden ga ik hierna in paragraaf 5.5.4.3 en 5.5.4.4 nader in. Ik mis evenwel een uitdrukkelijke bepaling die het toestaat om een derde een alternatieve keuze te laten maken uit meerdere door erflater genoemde personen (vgl. paragraaf 4.3.8.3 en 5.3.2.4). Net zoals bij het legaat met keuzemogelijkheid ten aanzien van de legataris, zou het naar mijn mening mogelijk moeten zijn om erflater meerdere personen te laten aanwijzen waaruit vervolgens een derde de executeur kan benoemen (vgl. paragraaf 4.3.8.3 en 5.3.2.4). Deze mogelijkheid spreekt art. 4:142 lid 1 BW evenwel niet uitdrukkelijk uit. Daarentegen voorziet art. 4:142 lid 1 BW, zoals reeds opgemerkt, wel in de mogelijkheid dat erflater de bevoegdheid verleent aan een executeur of aan de kantonrechter om een ‘toegevoegd’ of ‘opvolgende/vervangende’ executeur te benoemen. Betekent dit zwijgen van de wet over de mogelijkheid om een ander dan erflater (bijvoorbeeld de echtgenoot, een vriend of een executeur) een alternatieve keuze te laten maken uit meerdere door erflater genoemde executeurs, terwijl er wel uitdrukkelijk wordt gesproken over het toevoegen, opvolgen of vervangen van executeurs, dat de alternatieve keuze voor het benoemen van executeurs niet is toegestaan? Als het antwoord op deze vraag bevestigend is, houdt art. 4:142 lid 1 BW in dit opzicht mijns inziens een delegatiebeperking in. Op grond van de verbintenisrechtelijke aard van de executeursbenoeming zou deze mogelijkheid immers niet botsen met het bepaaldheidsvereiste en zodoende zijn toegestaan.