Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/793
Ontucht met 16-jarige leerlinge door 26-jarige gymleraar op middelbare school (meermalen gepleegd), art. 249 lid 1 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht ‘aan zijn opleiding, zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige’. Art. 249 lid 1 (oud) Sr geeft opsomming van minderjarigen met wie plegen van ontucht in deze bepaling strafbaar is gesteld, waarbij telkens hoedanigheid t.o.v. dader is aangeduid. Die hoedanigheid brengt telkens min of meer grote mate van afhankelijkheid van minderjarige t.o.v. dader mee, terwijl dader aan die hoedanigheid zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen. Strekking van art. 249 lid 1 (oud) Sr is verlenen van bescherming aan minderjarigen die a.g.v. die afhankelijkheid en dat overwicht minder weerstand aan dader kunnen bieden dan anderen (vgl. HR 26 juni 1990, NJ 1991/95, m.nt. A.C. ’t Hart). Hof heeft o.g.v. de door hem vastgestelde f&o geoordeeld dat kan worden bewezenverklaard dat minderjarig slachtoffer aan opleiding, zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd. Dat oordeel geeft gelet op wat hiervoor is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de door hof gebruikte bewijsvoering toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
HR 10-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:870
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/03838
- Conclusie
plv. A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:870, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:440, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑04‑2025
Essentie
Ontucht met 16-jarige leerlinge door 26-jarige gymleraar op middelbare school (meermalen gepleegd), art. 249lid 1 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht ‘aan zijn opleiding, zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige’. Art. 249lid 1 (oud) Sr geeft opsomming van minderjarigen met wie plegen van ontucht in deze bepaling strafbaar is gesteld, waarbij telkens hoedanigheid t.o.v. dader is aangeduid. Die hoedanigheid brengt telkens min of meer grote mate van afhankelijkheid van minderjarige t.o.v. dader mee, terwijl dader aan die hoedanigheid zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen. Strekking van art. 249lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.