Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/8.5
8.5 Vergelijking met de Amerikaanse doctrine
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233588:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 21 mei 1990, 495 U.S. 385 (United States v. Munoz-Flores).
Idem, p. 390-391: ‘The Government may be right that a judicial finding that Congress has passed an unconstitutional law might in some sense be said to entail a ‘lack of respect’ for Congress' judgment. But disrespect, in the sense the Government uses the term, cannot be sufficient to create a political question. If it were, every judicial resolution of a constitutional challenge to a congressional enactment would be impermissible.’
Zie paragraaf 5.4.
Zie bijv. U.S. Supreme Court 18 mei 1998, 523 U.S. 726 (Ohio Forestry Association v. Sierra Club).
Hiervoor heb ik vastgesteld dat de Nederlandse rechter een inhoudelijke beoordeling van het geschil achterwege laat, indien hij daarmee het lopende politieke besluitvormingsproces zou doorkruisen. Dit is het geval, indien het politieke besluitvormingsproces nog gaande is en nog niet tot resultaat heeft geleid. De vraag is ten slotte hoe de Amerikaanse federale rechter met dergelijke geschillen zou omgaan. Zou ook hij een political question aannemen?
Ik denk het niet. Steun hiervoor ontleen ik aan het oordeel van het Hooggerechtshof in de eerder besproken zaak United States v. Munoz-Flores.1 Zoals beschreven, moest het Hof zich in die zaak uitspreken over de veroordeling van de heer Munoz-Flores voor het helpen van vluchtelingen bij het illegaal betreden van Amerikaans grondgebied. Onderdeel van zijn straf was het betalen van kleine geldboetes. Munoz-Flores betoogde dat de wetgeving op grond waarvan de boetes waren opgelegd in strijd met de Origination Clause van de Amerikaanse Grondwet tot stand was gekomen. Deze bepaling schrijft voor dat wetten voor het genereren van overheidsinkomsten eerst moeten worden behandeld en goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden.
De regering betoogde, onder verwijzing naar de vierde en tweede Bakerfactor, dat het ontbrak aan concrete en bruikbare rechtsnormen om het bereik van de Origination Clause te kunnen vaststellen. Ook zou de rechter met een oordeel dat de betrokken wetgeving in strijd met deze bepaling tot stand was gekomen blijk geven van onvoldoende respect voor de wetgever.
Het Hof ging hier niet in mee en concludeerde dat de totstandkoming van wetgeving geen political question betreft. Daartoe overwoog het dat de rechter hier in essentie werd gevraagd om een beoordeling van de grondwettigheid van wetgeving. Die beoordeling houdt ook in dat de rechter nagaat of een door het Congres aangenomen wet in overeenstemming met de grondwettelijke procedureregels tot stand is gekomen. Hoewel het oordeel dat een wet in strijd met dergelijke regels tot stand is gekomen in zekere zin zou kunnen getuigen van een gebrek aan respect voor de wetgever, betekent dit volgens het Hof niet dat de rechter daarmee niet langer de binnen de trias vereiste afstand ten opzichte van de wetgever in acht zou nemen. Zou dit anders zijn, dan zou in vrijwel iedere zaak een political question moeten worden aangenomen.2 Evenmin ontbrak het aan concrete en bruikbare rechtsnormen.
United States v. Munoz-Flores impliceert dat het politieke besluitvormingsproces en de totstandkoming van wetten op zichzelf niet als een political questions gelden. Tegelijkertijd is daarmee niet gezegd dat de Amerikaanse federale rechter in vergelijkbare geschillen zonder meer tot een inhoudelijke beoordeling zou overgaan. Zoals ik eerder heb vastgesteld, is de political questiondoctrine slechts een van de hordes die moeten worden genomen voordat de Amerikaanse rechter aan een inhoudelijke beoordeling toekomt. Een eisende partij zal ook een voldoende belang moeten hebben, dat belang mag niet zijn vervallen op het moment waarop de rechter zich over het geschil buigt, en het geschil moet ripe zijn om te worden beslecht.3
De Amerikaanse rechter zou in geschillen over wetgeving in voorbereiding en het wetgevingsproces niet terugvallen op de political question-doctrine, maar op de doctrine van ripeness. De strekking van die doctrine is dat de rechter zich niet behoort uit te spreken zolang van een daadwerkelijk, concreet en actueel geschil nog geen sprake is. In dat geval geldt dat een inhoudelijke beoordeling prematuur is. Dit is onder meer het geval bij nog niet vastgesteld beleid of wetgeving. Zolang het beleid of wetgeving nog in voorbereiding is en nog niet is vastgesteld of in werking getreden, is een geschil daarover in beginsel nog niet ripe om te worden beslecht.4