Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/8.1:8.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233639:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk heb ik betoogd dat de benadering van de Nederlandse rechter in geschillen over het buitenlands beleid een met een political questiondoctrine vergelijkbare werking heeft. Dit geldt in het bijzonder voor de beslissingen van de Nederlandse regering die het buitenlands beleid meer in algemene zin vormgeven. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de rechter in dat verband grote terughoudendheid betrachten, niet alleen bij zijn inhoudelijke beoordeling, maar ook bij de beoordeling van de ontvankelijkheid. In dit hoofdstuk zal blijken dat de Nederlandse rechter ook nog in een ander type geschillen een benadering hanteert die met een political questiondoctrine vergelijkbaar is. Concreet gaat het dan om geschillen waarin een inhoudelijke beoordeling het politieke besluitvormingsproces zou kunnen doorkruisen. De opmaat voor deze andere benadering is enerzijds gelegen in het toetsingsverbod van artikel 120 Gw en de wijze waarop de Hoge Raad dit verbod uitlegt, en anderzijds in de rechtspraak van de Hoge Raad over wetgevingsbevelen. De Amerikaanse federale rechter zou in deze geschillen echter niet op de doctrine terugvallen.