Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/19.4.2.0
19.4.2.0 Introductie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS582684:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een voorbeeld daarvan is de door ons besproken problematiek over de temporele reikwijdte van 'misleidende handelspraktijken' in Arons/Hijinlc/Pijls (2009). Zie voor een beschrijving van enige andere onduidelijkheden: Van Boom (2008).
Ingevolge art. 6:193f, onderdeel f, BW, waarbij overigens enige nuancering past. Ik kom hierop terug in § 4.2.2. Hierover ook Pijls (2008), p. 345. In de literatuur is verder verdedigd dat (ook) indien sprake is van een misleidend prospectus in de zin van art. 6:194 BW, (...) per definitie sprake [is] van overtreding van de norm van art. 5:13 lid 1 Wft.' Vgl. in deze zin Frielink in onderdeel 2 van zijn annotatie onder Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen 24 april 2009, JOR 2009/195.
Dit heeft de wetgever bewust achterwege gelaten. Hierover Pijls (2008), p. 346 en Geerts/ Vollebregt (2009), p. 60, die beiden verwijzen naar de opmerking van de regering in het parlement 'dat het verschijnsel van misleidende reclame zich op zo veel verschillende wijzen en onder zo uiteenlopende omstandigheden kan voordoen dat iedere meer geobjectiveerde beschrijving daarvan tekort zou schieten.' (Kamerstukken II, 1978/1979, 13 611, nr. 6, p. 17).
De precieze betekenis en inhoud van de aansprakelijkheidsbepalingen van de artikelen 6:193b BW, 6:193d BW, 6:193f BW en art. 6:194 BW e.v., en de uitwerking van die bepalingen in de praktijk, bevat op onderdelen onduidelijkheden.1 Ten opzichte van art. 6:194 BW heeft de Wet OHP echter tot een verduidelijking geleid door het leggen van een expliciete verbinding tussen de, in art. 5:13 Wft opgenomen, normen voor de inhoud van het prospectus en de norm die bepaalt wanneer sprake is van een "misleidend" prospectus. Van een misleidend prospectus — althans van een misleidende omissie, leidend tot een misleidende handelspraktijk — zal sprake zijn sprake indien in een gepubliceerd prospectus de informatie bedoeld in art. 5:13 Wft ontbreekt.2 Art. 6:194 BW bevat deze verwijzing niet, en geeft (slechts) een (niet-limitatieve) opsomming van omstandigheden die kunnen meebrengen dat sprake is van misleidendheid. Het begrip "misleidend" zelf is in dat artikel niet nader uitgewerkt.3