Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/15.3.5
15.3.5 Afzien van beroep als rechtsmiddel
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940622:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 december 1991, BNB 1992/133.
Onder het oude boeterecht (vóór 1998) was er geen verschil tussen de sfeer van de heffing en de sfeer van de boete, zie HR 23 december 1992, BNB 1993/96 en HR 9 oktober 1996, BNB 1997/53. De Hoge Raad heeft laatstgenoemd arrest in HR 9 januari 2004, BNB 2004/127 bevestigd. Weliswaar ging het ook daar nog om een oude verhoging, maar de Hoge Raad toetste expliciet aan art. 6 EVRM en het recht op toegang tot de rechter. Er is dan ook geen goede reden om aan te nemen dat er onder het huidige boeterecht andere regels zouden gelden.
Zie paragraaf 15.2.3 en paragraaf 12.3.3.
Het recht op onbelemmerde toegang tot de rechter betekent dat alleen wanneer buiten twijfel is dat de boeteling weloverwogen en ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht om in rechte op te komen tegen de boete, hij daaraan mag worden gehouden. In feite geldt dat op grond van het nationale fiscale procesrecht ook reeds in de sfeer van de heffing. Een belastingplichtige is namelijk niet gebonden aan een enkele akkoordverklaring over de hoogte van een op te leggen aanslag, behalve wanneer hij daarover een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten of wanneer hij uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn recht om daartegen in bezwaar en beroep te komen.1 Voor de boeteling geldt hetzelfde.2 Het recht op onbelemmerde toegang tot de rechter brengt naar mijn mening evenwel mee, dat eventuele twijfel over de precieze reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst (als het gaat om de vraag of de boeteling zijn recht op bezwaar en beroep heeft opgegeven) of de afstandsverklaring, niet voor rekening van de boeteling mag komen. Ten slotte merk ik nog op, dat de boeteling – anders dan voor wat betreft de heffing – niet rechtsgeldig kan afzien van een beroep op verjaring van de boete.3