Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.3.2.3
II.3.3.2.3 Waarneming
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS457995:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
G. Ben-Shakhar, M. Bar-Hillel & M. Kremnitzer, ‘Trial by Polygraph: Reconsidering the Use of the Guilty Knowledge Technique in Court’, Law and Human Behavior 2002, 5, p. 530.
E. Elaad, A. Ginton & N. Jungman, ‘Detection Measures in Real-Life Criminal Guilty Knowledge Tests’, Journal of Applied Psychology 1992, 5, p. 757, 758.
E. Elaad, ‘Validity of the CIT in realistic contexts’, in: B. Verschuere, G. Ben-Shakhar & E. Meijer (eds.), Memory Detection: Theory and Application of the Concealed InformationTest, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 176.
E. Meijer, B. Verschuere & G. Ben-Shakhar, ‘Practical guidelines for developing a CIT’, in: B. Verschuere, G. Ben-Shakhar & E. Meijer (eds.), Memory Detection: Theory and Applicationof the Concealed Information Test, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 295.
J.C. Yuille & J.L. Cutshall, ‘A Case Study of Eyewitness Memory’, Journal of Applied Psychology 1986, 2, p. 294.
E. Meijer, B. Verschuere & G. Ben-Shakhar, ‘Practical guidelines for developing a CIT’, in: B. Verschuere, G. Ben-Shakhar & E. Meijer (eds.), Memory Detection: Theory and Applicationof the Concealed Information Test, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 296.
Bron: http://www.facilitaire-info.nl/boeken/100210-storingen.html, laatst geraadpleegd op 6 januari 2017.
E.F. Loftus, G. R. Loftus & J. Messo, ‘Some Facts About “Weapon Focus”’, Law and Human Behavior 1987, 1, p. 55-62.
J.C. Yuille & J.L. Cutshall, ‘A Case Study of Eyewitness Memory’, Journal of Applied Psychology 1986, 2, p. 298.
N.G. Müller, O.A. Bartlet, T.B. Donner, A. Villringer & S.A. Brandt, ‘A Physiological Correlate of the ‘Zoom Lens’ of Visual Attention’, The Journal of Neuroscience 2003, 9, p. 3561-3565.
Het selecteren van items wordt verder beïnvloed door de waarschijnlijkheid dat de dader dat deel van de plaats delict heeft waargenomen. Waarneming en aandacht zijn essentiële gedragingen voor het opslaan van feiten in het geheugen. Welke items kunnen worden gebruikt in een GKT hangt derhalve af van de veronderstelling dat de verdachte omstandigheden en feiten van de plaats delict heeft waargenomen (en vervolgens heeft opgeslagen).1 Elaad, Ginton en Jungman wijzen op verschillende mogelijke problemen:
‘certain aspects of the crime may be overlooked in the excitement of the event. Moreover, suspects are rarely tested immediately after committing the criminal act. […] Some critical items may be forgotten.’2
Later wordt daaraan door Elaad toegevoegd dat tijdsdruk en stress tijdens het plegen van het strafbare feit het waarnemen en opslaan van details kunnen bemoeilijken.3 Of de verstreken tijd tussen het strafbare feit en het moment van afname van de GKT een probleem oplevert, wordt in de volgende paragraaf besproken. Dat is namelijk een aandachtspunt bij de afname van de test en niet bij het opstellen daarvan. Hieronder wordt aandacht besteed aan het verschil tussen centrale en perifere details van het strafbare feit en aandachten stress tijdens waarneming.
Als eerste is het gebruiken van centrale items een belangrijke richtlijn voor de toepassing van de GKT om te verzekeren dat details worden gebruikt die de verdachte heeft waargenomen en opgeslagen.4 De kans is namelijk groter dat een persoon centrale items waarneemt en opslaat.5 Dit heeft in eerste instantie te maken met beperkingen van ons gezichtsveld. In de afbeelding hieronder is het gezichtsveld van een mens weergegeven. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het directe en indirecte veld. Het directe veld nemen we waar zonder het hoofd te draaien en door de maximale rotatie van het hoofd kunnen we onze waarneming vergroten. Dit houdt in dat de kans dat details buiten het directe gezichtsveld (de periferie) worden waargenomen kleiner is, terwijl mensen standaard het directe gezichtsveld waarnemen. Bij de GKT heeft het meerdere malen herhalen van enkele, centrale items de voorkeur boven het toevoegen van perifere items.6 Bij herhaling van een item blijven de verschillende antwoordmogelijkheden voor een onschuldige burger plausibele alternatieven. De kans op een vals-positieve beslissing wordt door herhaaldelijk afnemen niet aanzienlijk groter omdat antwoordalternatieven nog steeds geen betekenis hebben voor de onschuldige, terwijl de kans op een vals-negatieve beslissing bij het toevoegen van perifere items wel groter wordt.
Figuur 7. Gezichtsveld van een mens.7
Ten tweede is aandacht essentieel voor het opslaan van herinneringen. Aandacht kan worden gefocust op enkele details – zeker als de situatie sterke emoties oproept – die centraal liggen. Een van de bekendste voorbeelden van een aandachtsfocus met betrekking tot centrale details is het weapon focus effect.8 In het onderzoek naar de weapon focus moeten proefpersonen een video bekijken waarin een gewapende overval wordt gepleegd. De proefpersonen konden later het gebruikte wapen beter herkennen dan de dader in een line-up. Ook werden de oogbewegingen van de proefpersonen geregistreerd. De blik was langer op het wapen gericht, dan op de persoon die het wapen vasthield. Volgens Loftus en collega’s zorgt de aanwezigheid van het wapen voor een hoger stressniveau bij ‘het slachtoffer’ en de verhoogde stress zorgt voor een aandachtsfocus op het wapen.
Ook Yuille en Cutshall rapporteerden bij een onderzoek naar de accuraatheid van getuigenverklaringen dat getuigen die stress ondervonden van het delict zich een significant hoger percentage van de details van de plaats delict correct herinnerden.9 De veronderstelling is dat een bepaalde mate van stress de significantie van de situatie aangeeft. Als een situatie belangrijker en/of schokkender is voor een bepaald persoon neemt de kans toe dat details correct worden opgeslagen in het geheugen. Yuille en Cutshall kregen inzage in een afgerond politieonderzoek omdat de verdachte was overleden. Ze ondervroegen de verschillende getuigen (n=13) nogmaals. Dit onderzoek heeft derhalve een hoge externe validiteit omdat niet, zoals gebruikelijk, een nagespeeld strafbaar feit als methode werd gebruikt.
De hierboven beschreven onderzoeken van Loftus en collega’s en van Yuille & Cutshall hebben de perceptie van de plaats delict door het slachtoffer of een omstander onderzocht. De dader wordt normaliter niet zelf geconfronteerd met een wapen, waardoor een weapon focus bij hem hoogstwaarschijnlijk niet optreedt. Toch zijn deze onderzoeken niet onbelangrijk voor het selecteren van items voor de GKT. Het laat namelijk een bekend psychologisch fenomeen zien: de beperkte aandachtsfocus.10 Ook voor de dader, vanwege de beperking van het zicht en de aandachtsfocus, is het waarschijnlijker dat hij centrale en opvallende details waarneemt. Dus door de beperkingen van het menselijke gezichtsveld en de aandachtsfocus op centrale items dient de GKT – voornamelijk om vals-negatieve beslissingen te voorkomen – te bestaan uit centrale details van de plaats delict. Verder laten de onderzoeken zien dat stress niet een ondermijnende factor hoeft te zijn bij het opslaan en ophalen van herinneringen.