Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.2.3
1.2.3 Géén correctiemechanismen als kasstelsel wordt gevolgd
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS494225:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
Hiervan is volgens de staatssecretaris van Financiën sprake als de prestaties voor ten minste 80% worden verricht jegens niet-ondernemers. Daar het begrip ‘plegen’ ook een zekere duurzaamheid inhoudt, zal bij het toepassen van dit criterium in beginsel een langere periode dan een kalenderjaar in aanmerking moeten worden genomen (Besluit nr. BLKB2014/704M van de staatssecretaris van Financiën van 6 december 2014 (Besluit administratieve verplichtingen),V-N 2015/7.16, laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. BLKB2017/7366 van 10 oktober 2017, V-N 2017/55.15, paragraaf 4.1).
Toepassing van het kasstelsel ontslaat ondernemers niet van de verplichting om een factuur uit te reiken, hetgeen niet weg neemt dat het wel veelal hand in hand gaat met het gegeven dat er bij prestaties aan niet-ondernemers doorgaans geen verplichting bestaat om een factuur uit te reiken (art. 34c Wet OB 1968).
Besluit nr. BLKB2014/704M van de staatssecretaris van Financiën van 6 december 2014 (Besluit administratieve verplichtingen), V-N 2015/7.16, laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. BLKB2017/7366 van 10 oktober 2017,V-N 2017/55.15, paragraaf 4.1.
Het gaat om de status van de afnemer. Wanneer de afnemer ondernemer is en zijn activiteiten zijn vrijgesteld, bestaat in de regel ook geen recht op aftrek. Toch vindt het kasstelsel dan geen toepassing, terwijl dit onder bedoelde ratio wellicht wel voor de hand gelegen had.
Kamerstukken II 1967/68, 9324, nr. 6, p. 48 (MvA).
Ondernemers die het kasstelsel aan de inkoopkant toepassen hoeven niet noodzakelijkerwijs dezelfde ondernemers te zijn als de ondernemers die aan de verkoopkant het kasstelsel hanteren.
Besluit nr. BLKB2014/704M van de staatssecretaris van Financiën van 6 december 2014 (Besluit administratieve verplichtingen), V-N 2015/7.16, laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. BLKB2017/7366 van 10 oktober 2017, V-N 2017/55.15, paragraaf 2.2.
De correctiemechanismen vinden géén toepassing als in plaats van het factuurstelsel het zogeheten kasstelsel wordt gevolgd. Toepassing van het kasstelsel vormt een andere belangrijke uitzondering op de regel dat de factuur leidend is. Bepaalde ondernemers dienen vanwege hun hoedanigheid of de aard van hun prestaties voor het verschuldigd worden en het kunnen aftrekken van btw namelijk wél aansluiting te zoeken bij de betaling. Blijkens art. 66 onderdeel b Btw-richtlijn kunnen lidstaten bepalen dat de btw voor bepaalde handelingen of bepaalde categorieën ondernemers wordt verschuldigd (uiterlijk) bij ontvangst van de prijs. Nederland heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt in art. 26 Wet OB 1968. Volgens deze bepaling kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld volgens welke daarbij aangewezen ondernemers, die niet aan ondernemers goederen plegen te leveren of diensten plegen te verrichten,1 btw verschuldigd worden op het tijdstip waarop de vergoeding wordt voldaan, in welk geval de btw over de voldane vergoeding wordt berekend.2 Voor deze aangewezen ondernemers is toepassing van het kasstelsel in principe een verplichting. Art. 26 Uitvoeringsbeschikking OB 1968 bevat een opsomming van ondernemers die gehouden zijn het kasstelsel toe te passen. Het gaat bijvoorbeeld om (web3)winkeliers, exploitanten van horecabedrijven (lid 1 onderdeel a) en ondernemers die hun prestaties uitsluitend of nagenoeg uitsluitend verrichten in of vanuit een inrichting die bestemd is voor de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan anderen dan ondernemers (lid 1 onderdeel b). Ook andere dan de hiervoor bedoelde ondernemers die niet aan ondernemers plegen te presteren dienen het kasstelsel te volgen wanneer zij op (eigen) verzoek daartoe door de inspecteur zijn aangewezen (lid 1 onderdeel c). De gedachte om het kasstelsel te beperken tot ondernemers die niet aan andere ondernemers plegen te presteren houdt verband met het feit dat het factuurstelsel in de btw in de relatie tussen ondernemers onmisbaar is en het feit dat het recht op aftrek van btw alleen kan worden uitgeoefend wanneer de ontvanger van de factuur de status van ondernemer heeft.4 Immers: wanneer de btw door middel van een factuur aan een andere ondernemer in rekening gebracht wordt, kan deze ondernemer op dat moment met de factuur aanspraak maken op aftrek van btw. Het is dan logisch om de ondernemer die de factuur heeft uitgereikt ook op dat moment te verplichten de btw aan de Belastingdienst af te dragen. Indien de ontvanger (zoals een particulier) van de factuur geen recht op aftrek heeft, ontbreekt de logica om de afdracht van btw te koppelen aan de aftrek (die er niet is). Vandaar dat het kasstelsel tot de hiervoor bedoelde groep ondernemers is beperkt.5 Tot slot biedt art. 26 lid 2 Uitvoeringsbeschikking OB 1968 voor de in lid 1 onderdeel a en b aangewezen ondernemers een escape: zij kunnen afzien van de toepassing van het kasstelsel, onder de voorwaarde dat zij de inspecteur daarvan schriftelijk in kennis stellen.
Toepassing van het kasstelsel betekent niet dat btw op inkomende facturen ook pas op het moment van betaling voor aftrek in aanmerking komt. Ondernemers die ter zake van uitgaande prestaties het kasstelsel toepassen, en de btw pas op het moment van betaling verschuldigd worden, kunnen de btw op inkomende facturen – net als ondernemers ten aanzien van wie het factuurstelsel geldt – bij ontvangst daarvan terstond aftrekken: betaling van de factuur is geen voorwaarde. Doordat btw op uitgaande prestaties pas hoeft te worden voldaan op het moment waarop de vergoeding wordt ontvangen en de btw op inkomende facturen al bij ontvangst daarvan kan worden teruggevorderd, kan een financieringsvoordeel worden behaald: de btw hoeft immers niet te worden ‘voorgefinancierd’. Toch komt het voor dat sommige ondernemers (ook) aan de inkoopzijde het kasstelsel (willen) hanteren.6 De staatssecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat ondernemers die geen afzonderlijke in- en verkoopadministratie bijhouden, maar volstaan met het voeren van een zogenoemde geldadministratie (kas-/bank-/giroboek), de btw op inkomende facturen (omwille van de eenvoud) mogen aftrekken wanneer zij de factuur betalen. Voorwaarde is dat zij hierbij een vaste gedragslijn volgen.7