Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/278
Poging tot doodslag. Verwerping beroep op noodweer is niet zonder meer begrijpelijk, gelet op wat de verdediging heeft aangevoerd over het gebruik van het mes als afdreigingsmiddel.
HR 27-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:112
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/04079
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:112, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑01‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
Poging tot doodslag door met een mes te steken in de hartstreek van de toenmalige vriend van de verdachte. De verwerping van het beroep op noodweer is niet zonder meer begrijpelijk, omdat het hof zich niet heeft uitgelaten over de feitenlezing van de verdediging, die erop neerkomt dat het mes werd gebruikt als middel om de aangever af te dreigen.
Samenvatting
Het hof heeft vastgesteld dat (i) een ruzie heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en de aangever, waarbij over en weer (met vuisten) werd geslagen, (ii) de aangever de voordeur van de woning van de verdachte en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.