Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.9.1.b
9.9.1.b Aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250390:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Beckman – SDU Commentaar Ondernemingsrecht 2019, art. 2:404 BW, aant. C.1. Zie ook Beckman – Compendium jaarrekening, § 3.8.1.9, waar wordt opgemerkt dat de 403-aansprakelijkheid ongewijzigd blijft bestaan. Vgl. Verbrugh 2006, p. 54 en Verbrugh 2007, p. 269.
Zie in vergelijkbare zin § 9.7.2.b en § 9.10.1.b met betrekking tot een fusie waarbij de 403-maatschappij is verdwenen en haar vermogen onder algemene titel is overgegaan op een verkrijgende rechtspersoon, respectievelijk een afsplitsing van vermogen van de 403-maatschappij.
Zie § 5.3.
Zie hoofdstuk 7 en 8 met betrekking tot de intrekking van de 403-verklaring en de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid.
Zie § 3.6.1.
Beckman merkt op dat een moedermaatschappij na de zuivere splitsing van de 403-maatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij tot het moment van de zuivere splitsing heeft verricht.1 Daaronder vallen ook de schulden die na de zuivere splitsing voortvloeien uit een daarvoor verrichte rechtshandeling.2 Ik sluit mij daarbij aan. Ik heb eerder geconcludeerd dat de reikwijdte van de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring is gerelateerd aan het moment waarop de 403-maatschappij de rechtshandeling heeft verricht waaruit een schuld voortvloeit.3 Als de desbetreffende rechtshandeling onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt, is de moedermaatschappij aansprakelijk voor alle schulden die daaruit voortvloeien. Dat de 403-maatschappij nadien zuiver splitst, maakt dit niet anders. Als de 403-maatschappij bijvoorbeeld in het verleden een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een werknemer, is de moedermaatschappij dus niet alleen aansprakelijk is voor de bestaande schulden van de 403-maatschappij die ten tijde van de zuivere splitsing uit de arbeidsovereenkomst zijn voortgevloeid, maar ook voor de schulden die na de splitsing uit deze overeenkomst voortvloeien.
Een andere uitkomst zou hetzelfde gevolg hebben als een gedeeltelijke beëindiging van de 403-aansprakelijkheid buiten art. 2:404 BW om. Een crediteur kan dan geen beroep doen op de procedures en waarborgen uit deze bepaling4 die beogen zijn verhaalsrecht te beschermen. Hij zou dan onder meer geen verzet kunnen instellen en een vervangende waarborg kunnen verlangen voor de voldoening van zijn vordering. De crediteur kan daardoor in een nadeliger positie komen zonder dat hij daar invloed op heeft. Dit strookt niet met het door mij bepleite uitgangspunt voor compensatie.5 Het is zelfs denkbaar dat een zuivere splitsing van de 403-maatschappij wordt misbruikt om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe schulden meer onder de 403-aansprakelijkheid vallen.