Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.13
6.13 Afsluitende opmerkingen over re-integratie
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS581598:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Beleidsregels par. 2. Erg dynamisch is het overigens niet want zowel de Beleidsregels (1 september 2005) als het Beoordelingskader (18 november 2006) zijn al enige tijd niet meer aangepast.
Rijpkema, p.91-92.
Rijpkema, p.95.
CRvB 28 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK1570.
CRvB 28 oktober 2009, USZ 2009/349, m.nt. P.S. Fluit.
Het UWV moet bij een bekortingsverzoek toch vaststellen of in een individueel geval voldoende is gedaan; dan zou dit ook eerder al moeten kunnen, zie Rijpkema, p.101.
Behalve voor de onderlinge verstandhouding. Een andere oplossing is om niet zo strikt vast te houden aan twee onderscheiden besluiten maar in de beslissing op de WIA-aanvraag ook te laten motiveren waarom geen loonsanctie is opgelegd. De werknemer kan dan bezwaar en beroep aantekenen tegen het besluit, met bijv. motiveringsklachten rond het niet-opleggen van een loonsanctie, zie Rb. Zutphen, 29 maart 2005, USZ 2005/256, m.nt. B. Barentsen.
Voor de toets van de re-integratieactiviteiten is de grondslag gegeven in artikel 65 WIA: de redelijkheid. Wat daaronder precies wordt verstaan, is vooraf maar moeilijk in te schatten. De nadere invulling daarvan is niet gedaan via wetgeving maar via beleidsregels van het UWV. Die beleidsregels zijn niet statisch maar dynamisch en zouden volgens het UWV berusten op bronnen die steeds verder ontwikkelen.1 Dat biedt weinig houvast omdat wat van een werkgever wordt verwacht dus steeds verandert. Bovendien wordt in de beleidsregels veel gebruik gemaakt van open normen als ‘redelijk’, ‘adequaat’, ‘voldoende’, ‘zo nodig’ en ‘indien nodig’, wat begrippen zijn die verder bijdragen aan onzekerheid.2 Het is daarom logisch dat werkgevers hun toevlucht zoeken tot het aanvragen van deskundigenoordelen. Zij willen zekerheid of zij op de goede weg zitten of op welke manier zij hun aanpak moeten aanpassen. Dat werkgever en werknemer dus een belangrijke begeleidende en corrigerende rol voor het UWV zien (op aanvraag) is begrijpelijk en verdedigbaar. Het doet geen afbreuk aan hun eigen verantwoordelijkheid want die kan goed daarnaast bestaan.
Meer fundamenteel is er strijd met de rechtszekerheid vanwege de onvoorspelbaarheid van de toetsing door het UWV. Het normenkader biedt vooraf te weinig handvatten om te weten waaraan moet worden voldaan. Dat kan leiden tot verschil in beoordeling door het UWV. Rijpkema wijst er op dat het UWV niet voor niets een Landelijke Loonsanctiecommissie heeft ingesteld die moet waken over de uniforme toepassing van de beleidsregels. Hoe dat gebeurt, is niet openbaar.3 Ook Fase en Rechtbank Groningen constateerden eerder al strijd met rechtszekerheid, maar de CRvB wil daar niet aan: het stelsel van artikel 65 WIA, artikel 7:658a BWen artikel 25 lid 9 WIA is volgens hem duidelijk genoeg.4
Een ander rechtszekerheidsaspect is genoemd rond de motivering door het UWV van de loonsanctie. De CRvB stelt daaraan lichte eisen met verwijzing naar de eigen verantwoordelijkheid die werkgever en werknemer hebben bij de vormgeving van de re-integratie. De Awb stelt in het algemeen hogere eisen en vraagt om een duidelijke, onvoorwaardelijke omschrijving van te nemen herstelmaatregelen. Fluit vindt de aanpak van de CRvB te billijken, ook omdat het uitvoeringstechnisch voor het UWV lastig zou zijn in elk individueel geval concrete herstelmaatregelen te benoemen.5 Ook hier vind ik echter verdedigbaar dat een striktere en duidelijkere motiveringsplicht van het UWV als bestuursorgaan niets afdoet aan de eigen verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer. Als het UWV zou adviseren over concrete herstelacties, dan zou het werkgever en werknemer nog steeds vrij staan de re-integratie op een andere manier vorm te geven. Bij het wel volgen van het advies hebben zij meer zekerheid, bij het niet volgen van het advies worden de door hen ingezette eigen herstelacties beoordeeld bij een bekortingsverzoek. Ik zie geen onevenredige verzwaring van de taak van het UWV.6
Het opleggen van een loonsanctie kan alleen ambtshalve door het UWV of als de werknemer daarom heeft gevraagd én de wachttijd niet is verstreken. Het ontbreken van een expliciet besluit van het UWV om geen loonsanctie op te leggen, maakt dat de werknemer soms geen mogelijkheden meer heeft om daartegen in bezwaar te komen. De werknemer krijgt daarnaast een schadevergoeding van het UWV bij ondanks aanvraag het ten onrechte niet-opleggen van een loonsanctie, maar die schadevergoeding dekt niet alle schade. Door in het WIA-aanvraagformulier de vraag op te nemen of de werknemer tegelijk een loonsanctie aanvraagt, wordt voorkomen dat hij later achter het net vist. Voor de werkgever maakt het geen verschil of een loonsanctie is opgelegd op basis van een aanvraag van de werknemer of in het kader van de beoordeling door het UWV.7 Bij het ten onrechte wel opleggen van een loonsanctie kan de werkgever schadevergoeding vorderen, die door de CRvB is gemaximeerd. Daardoor kan ook de werkgever met schadeposten blijven zitten die zijn veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van het UWV. Net als bij de werknemer lijkt dit geen rechtvaardige uitkomst.
Alles overziend blijken de re-integratieplichten van de werkgever vér te reiken. Niet alleen is hij verantwoordelijk voor controle en moet hij het loon doorbetalen, maar de werkgever draagt ook de kosten van ondersteuning, verzuimbegeleiding, training, scholing en aanpassingen van de werkplek. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het aanpassen van de organisatie van de arbeidsplaats, de arbeidsinhoud, de werkmethoden e.d., het creëren van nieuwe functies om werknemers binnenboord te houden of het zoeken naar een andere werkgever. Het initiatief ligt bij voortduring bij de werkgever, die dat misschien heeft uitbesteed, maar wel verantwoordelijk blijft. De plichten van de werknemer lijken minder vergaand: het meewerken aan de administratieve verplichtingen en het verrichten van passende arbeid. De rol van het UWV is daarbij beperkt. Naast het op aanvraag en tegen betaling tussentijds geven van deskundigenoordelen behelst die alleen het beoordelen van de re-integratie-inspanningen bij de WIA-aanvraag.