Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.3.3.3
3.3.3.3 Niet bij de uitvoering van de belastingwet betrokken ambtsdragers
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285544:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 2, par. 4.3.
Vergelijk: de Minister van Financiën over de openstelling van de kantoren der posterijen voor betaling van directe belastingen. Hij geeft aan dat de geopperde vrees dat de geheimhouding van de cijfers van inkomens en vermogens minder zou zijn verzekerd ongegrond is omdat op de postambtenaren de plicht der geheimhouding rust (MvA, Kamerstukken II 1929/30, 38, nr. 1, blz. 2). Zie ook VV, Kamerstukken I 1929/30, 38, nr. 31, blz. 4.
Zie ook: Hoofdstuk 5, par. 2.2.3.
Een welkome uitzondering is Rechtbank Gelderland 25 juli 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7450. In het kader van een Wob-besluit oordeelt de Rechtbank in r.o. 7 terecht dat de verstrekte gegevens geen fiscale gegevens zijn die zijn verkregen bij de uitvoering van de belastingwet of door een met de uitvoering van de belastingwet belast orgaan zijn verstrekt, maar in het kader van een exploitatievergunning door derden ter beschikking zijn gesteld. Hierdoor is art. 67 AWR niet van toepassing.
Zoals uit het vorige hoofdstuk blijkt waren de fiscale geheimhoudingsbepalingen uit het pre-AWR-tijdperk van toepassing op alle ambtsdragers die – via een reeds onderworpen subject – de beschikking kregen over fiscale gegevens.1 Dit was destijds uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever. Dit betekent dat na de inwerkingtreding van de AWR – waar geen wijzigingen zijn beoogd – bij de verstrekking van fiscale gegevens aan niet bij de uitvoering van de belastingwet betrokken ambtsdragers de fiscale geheimhouding op de verstrekte gegevens blijft ‘kleven’ en overgaat op de ontvangende ambtsdragers.2 Hiervan is onder andere sprake bij het verstrekken van fiscale gegevens op grond van art. 67, tweede lid, onderdelen a en b, AWR of art. 67, derde lid, AWR ten behoeve van de uitvoering van de opgedragen taak. Maar ook de verkregen kennis over belastingplichtigen als gevolg van een informatieverzoek ex art. 55 AWR, betrokkenheid bij de aangifte loonbelasting van de overheidswerkgever of het verstrekken van fiscale informatie op grond van art. 68 GW aan leden van de Tweede Kamer (politieke ambtsdragers) vallen hieronder.3
Deze derde categorie lijkt echter enigszins in de vergetelheid te zijn geraakt.4 Zowel de Belastingdienst als ontvangende partijen lijken er in de praktijk van uit te gaan dat op de ontvangen fiscale gegevens de eigen geheimhoudingsplicht van de ontvangende partij van toepassing is en niet art. 67 AWR.5 Zo staat bijvoorbeeld in de toelichting op art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994 onder het kopje ‘Doorlevering’ dat andere bestuursorganen bevoegd zouden zijn de fiscale gegevens door te leveren aan derden indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht.6 Hier had aan moeten worden toegevoegd dat dit vanuit art. 67 AWR dient te worden beoordeeld. Op de ontvangende partij zal vaak art. 2:5 Awb van toepassing zijn en is dit veelal slechts een theoretisch probleempunt. Zoals uit de vergelijking van art. 2:5 Awb met art. 67 AWR in Hoofdstuk 5 blijkt zijn er echter enkele kenmerkende verschillen tussen beide bepalingen.7