De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.1:II.6.8.1 Het voorstel-Troelstra
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.1
II.6.8.1 Het voorstel-Troelstra
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285028:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Pieter Jelles Troelstra pleitte in 1903 middels een initiatiefwetsvoorstel voor afschaffing van de Eerste Kamer (De Tweede Kamer kwam in deze plannen overeen met de Staten-Generaal, zie hieronder). Interessant is dat hij al zo vroeg koos voor een facultatief referendum:
‘Wanneer dit, binnen een termijn en op de wijze , door de wet te bepalen, door minstens 50 000 kiezers voor de Staten-Generaal wordt verlangd, wordt een door de Staten-Generaal aangenomen wetsvoorstel onderworpen aan eene volksstemming, waaraan alle kiezers voor de Staten-Generaal bevoegd zijn deel te nemen en welker inrichting door de wet is geregeld.’
Troelstra vervolgde:
‘Bij de volksstemming wordt het voorstel, zooals het door de Staten-Generaal is aangenomen, bij meerderheid van stemmen in zijn geheel goedgekeurd of verworpen. […]’1
Aangezien de eerste lezing van de grondwetsherzieningsprocedure overeenkomt met de reguliere wetsprocedure, komt het voorstel-Troelstra neer op een introductie van een referendum in de grondwetsherzieningsprocedure. Troelstra handhaafde bij die herzieningsprocedure wel de eis van ontbinding en de eis van een gekwalificeerde meerderheid. Interessant is dat Troelstra een referendum en de ontbinding in de herzieningsprocedure naast elkaar liet staan. Het voorstel-Troelstra was zonder succes en werd ingetrokken.