De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.9:II.6.8.9 De behandeling van het initiatiefvoorstel-Duyvendak en Dubbelboer
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.9
II.6.8.9 De behandeling van het initiatiefvoorstel-Duyvendak en Dubbelboer
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285092:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 2012/13, 75, item 26, p. 37. Enkel de PVV-fractie stemde tegen.
Kamerstukken I 2013/14, 30174. D, p. 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2005 maakten de leden Duyvendak en Dubbelboer een initiatiefvoorstel voor een correctief bindend referendum aanhangig met wederom een zesde lid bij artikel 137 Gw.1 Dat betekende dat een facultatief correctief bindend referendum na de tweede lezing. Interessant is dat dit onderdeel bij de behandeling in de Tweede Kamer op bezwaren stuitte. Een amendement van de leden Schinkelshoek (CDA) en Anker (CU) stelde voor om dit zesde lid te schrappen. Zij gaven daarbij de volgende toelichting:
‘De mogelijkheid om aanpassingen van de Grondwet referendabel te maken is volgens de indieners niet gewenst. De tweede lezing zoals in de huidige procedure tot Grondwetsherziening gebruikelijk is, verliest daardoor aan kracht. De bijzondere waarde van de Grondwet en de inbreuk op het representatieve stelsel is te groot. Dit amendement sluit het referendabel maken van grondwetswijzigingen, zowel in eerste als in tweede lezing, uit.’2
In 2013 aanvaardde de Tweede Kamer dit amendement met een ruime meerderheid.3 In de memorie van antwoord schrijven de initiatiefnemers later:
‘De argumenten om de tweede lezing uit te zonderen van referendabiliteit zijn gegeven door de indiener van het amendement tijdens de plenaire behandeling (Handelingen II 2009, p. 55-4460) en kwamen er kort gezegd op neer dat de huidige Grondwetswijzigingsprocedure een zorgvuldige is en dat – ook al behoudt de grondwetgever in tweede lezing uiteraard een eigen verantwoordelijkheid, zoals vragenstellers terecht betogen – het referendabel maken van de tweede lezingswetsvoorstellen de tweede lezing zou devalueren.’4
Wat wordt er bedoeld met ‘devalueren’? Waarom wordt de tweede lezing in waarde verminderd? De initiatiefnemers menen volgens mij dat er met een tweede lezing een zorgvuldige behandeling van het voorstel heeft plaatsgevonden. Zij denken dat een referendum (uiteraard bij een afwijzing) te veel afbreuk zou doen aan het zorgvuldig tot stand gebrachte resultaat na twee lezingen.