Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.5.1.6
2.5.1.6 Taalgebruik
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661242:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de redactie in V-N 2017/25.17, die opmerkt dat voor burgers door de Belastingdienst verstrekte informatie via internet ‘duidelijk en overzichtelijk’ moet zijn.
Vgl. conclusie A-G Van Soest bij BNB 1988/148, punt 9.9 die opmerkt dat de toelichting bij het aangiftebiljet bedoeld is voor de belastingplichtige die zelf zijn biljet invult en daarom is geredigeerd in termen die voor leken begrijpelijk moeten zijn. Dat wil nog niet zeggen, aldus Van Soest, ‘dat die termen allemaal andere zijn dan de termen waarin de wettelijke regeling vervat is, maar het ligt voor de hand, dat de toelichting bij vergelijking met de wettelijke regeling, in het algemeen beschouwd, eenvoudiger is.’ Vgl. r.o. 4.4 van de hofuitspraak in BNB 2010/314; Hofstra 1992, par. 12.2, p. 185; Brunt in BNB 1986/279, onder punt 2, die constateert dat in toelichtingen bij het aangiftebiljet zoveel mogelijk een minder formeel woordgebruik wordt gebruikt. Zie ook Verheij 2018, par. 2; Verheij 1997, p. 82.
Blank & Osofsky 2017, p. 193.
Typerend voor voorlichting is zijn – in verhouding tot de onderliggende belastingwet – relatieve toegankelijkheid1 en begrijpelijke taalgebruik.2 Typerend is verder dat het veelal gaat om informatie over relatief complexe inhoud die op relatief eenvoudige, toegankelijke en duidelijke wijze wordt gepresenteerd (simplexity3; paragraaf 2.5.2).